oktober 2017
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Miljoenen zaak stuk door nalatige officier.

Met de import en export van grote hoeveelheden hash en hennep gedurende vele jaren, transporten vanuit Italië en Pakistan naar Engeland, zou volgens het openbaar ministerie maar liefst 37.000.000,- euro (zeven-en-dertig miljoen euro) verdiend zijn door een grote groep criminelen bestaande uit 7 verdachten. Lopende de processen zou de hoofdverdachte en vermeende leider van de groep zijn geliquideerd. De 6 verdachten werden op basis van het dossier door de rechtbank alsmede het gerechtshof veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van 15 maanden tot 6 jaar.

Op 11 november 2014 , na de behandeling van de strafzaken in hoger beroep, werd door de officier de ontnemingsvordering bij de rechtbank aangebracht waarin de officier van de zes overgebleven verdachten bedragen vorderde tussen de 1,6 miljoen en de 7,8 miljoen. Enorme bedragen die door de cliënt gedurende de rest van zijn leven nimmer op te hoesten zou zijn. De gehele vordering werd echter gebaseerd op een schatting aangezien het OM géén idee had van de werkelijk ontvangen gelden. Tijdens meerdere zittingen werd dat door het OM ruiterlijk toegegeven. De berekeningen waren louter gebaseerd op de uitspraken van de rechtbank en het Hof waarin werd aangegeven wie welke rol vervuld zou hebben binnen de criminele organisatie. Een berekening die gebaseerd was op pure speculatie en niets met de werkelijk ontvangen gelden van doen had was het standpunt van de verdediging.

De rechtbank volgde het verweer van de verdediging en oordeelde op de zitting van 20 maart 2015 dat de officier van justitie “voorshands onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gevorderde bedragen het daadwerkelijk per deelnemer van de criminele organisatie verkregen voordeel benaderde”, en dat er dus een uitgebreide kasopstelling per verdachte vervaardigd diende te worden. Met andere woorden de officier van justitie moest zijn huiswerk overdoen en aannemelijk maken wat de precieze uitgaven en ontvangsten waren van iedere verdachte gedurende de hem ten laste gelegde periode van vele jaren.
De rechtbank gaf tevens aan de officier van justitie de opdracht om periodiek te rapporteren omtrent de voortgang van het nieuwe onderzoek.

Na geruime tijd niets van de officier vernomen te hebben werd de zaak wederom aangebracht op de zitting van de rechtbank van 8 september 2017. Op deze zitting bleek het volgende.

Citaat rechtbank:
“De rechtbank concludeert dat de officier van justitie lopende de ontnemingsprocedure de hoogte van de bedragen ter ontneming alsmede de grondslag daarvan meermalen aanzienlijk heeft gewijzigd, en thans slechts een voorlopig standpunt inneemt.” “Feitelijk heeft de officier na 10 oktober 2016 geen enkele onderzoeksactiviteit meer verricht en vervolgens ter zitting van 8 september 2017 meegedeeld dat hij geen uitgebreide kasopstelling zal opstellen en van de opdracht van de rechtbank de vermogenspositie van de veroordeelden te inventariseren.”

Het oordeel van de rechtbank is vervolgens snoeihard en duidelijk:
“Al met al concludeert de rechtbank het volgende. In de ongeveer drie jaar dat deze ontnemingsprocedure nu loopt, heeft de officier van justitie sterk wisselende standpunten ingenomen over de hoogte van de te ontnemen bedragen waarbij niet nader is onderbouwd waarom uiteindelijk , in strijd met eerder ingenomen standpunten , toch weer is gekozen voor een berekening van de te ontnemen bedragen op basis van de opgelegde gevangenisstraffen. Voorts heeft de officier van justitie niet de door de rechtbank gelaste periodieke verslagen verstrekt en heeft hij zich evenmin voldoende willen inspannen om de vermogenspositie van de verdachten te inventariseren zoals de rechtbank had opgedragen.”

Eind-Oordeel:
“Dit alles in onderlinge samenhang bezien brengt de rechtbank tot het oordeel dat het openbaar ministerie door haar nalatige en diffuse handelwijze de beginselen van een behoorlijke procesorde dermate heeft geschonden dat dit moet leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.”

Een zeer opmerkelijke uitspraak waarin met het OM de vloer wordt aangeveegd omdat ze simpelweg volstrekt nalatig is geweest en volgens de rechtbank gewoon haar werk niet adequaat heeft verricht. termen als “nalatig” en diffuse handelwijze” zie je zelden in een beslissing van een gerechtelijk college zeker in een tijd waarin de Hoge Raad alle mogelijke moeite neemt om ieder vormverzuim weg te redeneren en de verdediging het op juridisch gebied zo moeilijk (zo niet onmogelijk maakt) mogelijk maakt om op juridische punten haar gelijk te doen laten halen.

Deze rechtbank durfde in deze zaak echter wel de officier op een gepaste wijze te corrigeren. U zult begrijpen dat mijn cliënt de uitspraak met veel vreugde heeft omarmd. Nu afwachten of het OM in beroep durft te gaan….het zal mij benieuwen.

Arthur van der Biezen Strafrechtadvocaat.


augustus 2017
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Wapentransport voor motorbende onderschept.

Vijf automatische geweren, 2 machinegeweren, 3 pistolen, 6 granaatwerpers, 22 handgranaten , 1116 patronen (7,62 mm en/of 7,9 mm en/of 9 mm) en 5 detonators was het lijstje aan goederen dat in januari 2015 in een bestelbusje werd aangetroffen dat in Kroatië door de plaatselijke politie van de weg werd gehaald. Een busje dat op weg naar Nederland was en waarvan de politie beweert dat de lading onder andere voor de motorclub No Surrender bedoeld zou zijn geweest. Een groepje mannen van Nederlandse en Belgische afkomst werd vervolgens van hun bed gelicht op basis van de verdenking wapensmokkel vanuit het voormalige Joegoslavië naar Nederland . Naast de Nederlandse bestuurder van het busje werden in Kroatië nog 10 andere verdachten aangehouden. De rechtbank in Kroatië veroordeelde de chauffeur aldaar tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden op basis van het in het “bezit hebben” van de illegale wapens. Je zou denken dat daarmee de kous voor hem af was aangezien een wettelijk uitgangspunt is dat “niemand 2 maal voor het zelfde feit” veroordeeld mag worden”.

Het openbaar ministerie dacht daar in Nederland anders over en bracht de chauffeur alsmede de rest van de groep onlangs voor de rechtbank in Den Bosch op basis van een iets andere verdenking. De groep en de chauffeur werden nu vervolgd voor het “illegale transport en de poging invoer” van de enorme hoeveelheid wapens. In de kern een juridische truc die in het verleden wel vaker is toegepast. Een truc waar de rechtbank 2 weken later in mee ging en een vonnis uitspraak van 18 maanden gevangenisstraf waarvan 9 maanden voorwaardelijk. Een onjuiste en zure beslissing.

Dubbele bestraffing is een issue waarover het Gerechtshof te Den Bosch zich binnenkort ook in een andere strafzaak zal moeten buigen. Onlangs is immers een jongeman die in België tot levenslang is veroordeeld voor moord op een makelaar ook nog eens veroordeeld door de Rechtbank in Den Bosch een straf van 8 jaren terwijl het ook hier ging om een “samenhangend feitencomplex”. Hier heeft men door vervolging in verschillende landen iemand te straffen met levenslang plus 8 jaar. Bizar ! Het laatste woord over dit soort “creatieve rechtspraak en trucjes” is nog niet gesproken en zal uiteindelijk door de Hoge Raad worden beslecht.

In de wapensmokkel zaak heeft de rechtbank te Den Bosch wel een andere beslissing genomen die wel goed doordacht was principieel en bruikbaar. Tegen mijn cliënt de heer P. werd door de officier van justitie een gevangenisstraf geëist van maar liefst een 2 en een half jaar voor medeplegen aan grootschalige wapentransporten bestemd voor criminele bendes.

Mijn cliënt kwam echter in het gehele dossier amper voor en was een respectabel techneut die “controller” was op grote industriële bedrijfsparken en verdiende daarmee meer dan genoeg geld. Enige aanleiding om zich bezig te gaan houden met foute criminele zaken was er dan ook niet.

Toch was het feit dat cliënts broer en ouders in Kroatië woonden en dat hij bij verschillende bijeenkomsten was geweest, met mede-verdachten, gekoppeld aan een paar als “verdacht gepresenteerde” telefoongesprekken voldoende om hem tijdens een vergadering van zijn directie op te pakken en langdurig in de gevangenis te zetten.

Na jaren werd hij dan eindelijk, te samen met de anderen, vervolgt en beoordeeld.

Dat oordeel viel voor de officier echter niet goed uit. Ondanks een omvangrijke analyse van hoofdzakelijk telefoontaps en wat andere verdachte omstandigheden oordeelde de rechtbank dat het niet genoeg was. De rechtbank oordeelde:

“De vraag is of verdachte ook betrokken was bij (één van) deze twee wapentransporten en zo ja, wat dan zijn aandeel/rol is geweest. De rechtbank stelt vast dat het mogelijk belastende materiaal in het dossier in de zaak van verdachte voornamelijk uit tapgesprekken bestaat. De interpretatie van deze tapgesprekken dient met grote zorgvuldigheid te worden bezien”

“De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van een aantal van de getapte telefoongesprekken tussen verdachte en zijn broer verdacht zijn. Voldoende bewijs om vast te stellen of verdachte ook daadwerkelijk betrokken was bij de twee wapentransporten die in de ten laste gelegde periode hebben plaatsgevonden, en zo ja wat dan zijn precieze aandeel is geweest en of hij als pleger of medeplichtige moet worden aangemerkt, ontbreekt echter. Een concrete link tussen verdachte en de twee specifieke transporten in december 2014 en januari 2015 is er, ondanks de veroordeling van zijn broer [medeverdachte 2] door de rechtbank te Split, naar het oordeel van de rechtbank niet”.

‘Ten aanzien van het door de officier van justitie aangehaalde tapgesprek van 12 december 2014, waarin volgens hem met verhullend taalgebruik (“fumari buizen” en “grote katapulten”) wordt gesproken over wapens, merkt de rechtbank op dat niet duidelijk is of sprake is van verhullend taalgebruik en zo ja, wat daar dan mee wordt bedoeld. De raadsman van verdachte heeft onder verwijzing naar zoekresultaten van Google betoogd dat “fumari buizen” waterpijpen zijn. Verdachte heeft ook eerder verklaard dat twee vrienden van [betrokkene] zijn aangehouden in Kroatië in verband met weed en in een ander tapgesprek wordt ook gesproken over ‘5/6 kilo kaas’. De rechtbank kan op grond van deze tapgesprekken niet vaststellen dat deze betrekking hebben op de ten laste gelegde wapentransporten”.

Hoe simpel kan het zijn. De officier roept uit de losse pols “Fumari pijpen” moet wel sluiertaal zijn voor raketwerpers of ander geschut. Een onderzoek op Google leerde mij dat er ook een waterpijp te koop is die de naam draagt “Fumari pijp”. Op de uitnodiging ter zitting van mijn zijde of de officier dan een betere onderbouwing kon tonen omtrent zijn interpretatie van het woord “Fumari pijp” werd het stil. Zo ziet U maar dat “creativiteit” soms onmisbaar is in het strafrechtelijk vak.

Check: ECLI:RBOBR:2017:3666.

Arthur van der Biezen Strafrechtadvocaat.


juni 2017
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Vrijspraak door ontbrekend bewijs.

Na een alarmerend bericht dat binnenkwam bij de politie te Arnhem werd er een zwaar bebloede man op straat aangetroffen. Hij werd ondersteund door een buurtbewoonster die de politie liet weten dat de gewonde man aangaf dat hij door een kennis van hem met een mes gestoken was. Met meerdere steekverwondingen in hoofd en arm werd de man in het ziekenhuis opgenomen en behandeld. Tegenover de politie wilde de man niets verklaren en tevens wilde hij geen aangifte doen. Na het horen van verschillende buurtbewoners en mogelijke getuigen werd de man enkele weken later nogmaals door de politie gehoord. Tijdens dit verhoor deed hij wel aangifte en noemde hij de naam van een vriend van hem die de steekverwondingen zou hebben toegebracht.

Hij verklaarde dat hij bij het huis van zijn moeder werd opgehaald toen er door iemand was aangebeld. De kennis die aan de deur stond zei dat ze iets te bespreken hadden en vroeg hem om mee te rijden. Aangever stapte vervolgens achterin de auto en de kennis van hem ging voorin op de bijrijdersstoel zitten.

Enige tijd later zou de betreffende kennis zich in de auto hebben omgedraaid en zou zonder iets te zeggen op aangever ingestoken hebben. Daarna zou de auto gestopt zijn waarna aangever de kans zag de deur van de auto te openen en weg te vluchten. Volgens aangever zouden bouwvakkers die aldaar aan de bestrating aan het werk waren alles gezien moeten hebben.

Gevraagd naar het motief of de aanleiding van de steekpartij kon aangever géén helder verhaal produceren. Hij had wel vermoedens over vreemdgaan met een vriendinnetje maar verder kwam hij niet. Een bizar verhaal waarbij slechts één ding objectief vast stond namelijk het opgelopen letsel. Vrijwel direct na het noemen van de naam van de vermeende dader…de “kennis” van aangever werd deze opgepakt op verdenking van poging tot moord dan wel poging doodslag. Tegenover de politie zowel als tegenover de Rechter-Commissaris ontkende cliënt dat hij aangever …een kennis van hem….ook maar iets had aangedaan. Hij verklaarde dat hij aangever die dag bij zijn moeder had opgehaald om over een zaak te praten en dat hij vervolgens met hem en een andere vriend een stukje was gaan rijden. Na een discussie in de auto waren ze gestopt en was aangever … zonder enig letsel….lopend vertrokken. Van een steekpartij in de auto was volgens cliënt géén sprake. Na het horen van verschillende (vermeende) getuigen werd de zaak na 9 maanden inhoudelijk door de rechtbank behandeld. Twee dagen na de zitting belde cliënt mij op met de mededeling dat hij was vrijgelaten en dat hij naar huis kon.

De Rechtbank oordeelde als volgt:
“De rechtbank ziet op zichzelf geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de aangifte. Dat aangever niet direct aangifte deed doet aan de betrouwbaarheid niet af nu dit valt te verklaren door de medische toestand van het slachtoffer, vlak na het steekincident. Echter, volgens artikel 342, tweede lid , van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval (ECLI:HR:2013:BZ1890)

En de rechter vond, in de zaak van mijn cliënt, dat al het (steun-) bewijs afkomstig was van enkel het verhaal van de aangever en dat er verder géén objectieve (andere) bron was die zag óf er gestoken was en zo ja door wie. Vervroegde vrijspraak volgde.

Arthur van der Biezen Strafrechtadvocaat.


mei 2017
Foto Tjerk Wassenaar

Mr. of Hardcore

Het Openbaar Ministerie heeft al jaren een zogenaamde ‘wasstraat’ op festivals, waar festivalgangers die de wet zouden overtreden zich moeten verantwoorden. Het gaat dan vooral om drugsbezit. Na een stortvloed van kritiek in 2015 (Lowlands) – er ontstond commotie omdat aangehouden festivalgangers snel akkoord gingen met een strafbeschikking om maar door te kunnen feesten, terwijl ze niet begrepen dat ze op deze manier snel een strafblad kregen – wordt er sindsdien bij grote festivals een advocaat ingeschakeld. Onlangs werd ik benaderd om als advocaat te fungeren bij “Masters of Hardcore”. Een jaarlijks evenement waar zo’n 25.000 fans uit binnen- en buitenland op afkomen en waar ik tientallen cliënten van deskundige rechtsbijstand heb voorzien.

Mensen die het idee hebben dat Nederland liberaal met drugs omgaat, komen bij zo’n festival bedrogen uit. Het Openbaar Ministerie en de politie hebben er namelijk lopendebandwerk van gemaakt: festivalgangers die meer dan de toegestane gebruikershoeveelheid bij zich hebben, worden aangehouden en overgebracht naar ‘de wasstraat’ of het politiebureau, alwaar zij (veelal) een strafbeschikking krijgen uitgereikt. In dat kader wijs ik u op de richtlijnen Strafvordering Opiumwet, welke in 2015 (harddrugs) en 2016 (softdrugs) voor het laatst zijn aangescherpt:

Neem minder dan 5 gram wiet mee, anders krijgt u minimaal 75 euro boete, welke kan oplopen tot 750 euro (bij 300-500 gram wiet). Ook als u minder dan 5 gram wiet meeneemt, kan dit worden afgepakt. Immers, het bezit ervan in deze proporties wordt in Nederland gedoogd maar is volgens de wet wel strafbaar.

Ten aanzien van harddrugs wordt gedoogd 0,5 gram poeder (bijvoorbeeld cocaïne), 1 XTC-pil of 5 ml GHB. Indien u meer van deze drugs aanwezig hebt, dan is de boete minimaal 375 euro en kan deze oplopen tot 750 euro (bij 5 gram poeder of 10 pillen). Daarna komt u niet meer weg met een boete.

Als u uiteindelijk een strafbeschikking krijgt, ga dan nooit zomaar akkoord! Het is namelijk in bijna alle gevallen zinvol om in verzet te gaan, alleen al omdat u met het aanvaarden en betalen van de strafbeschikking bij misdrijven, zoals drugsbezit, een strafblad krijgt. Een strafbeschikking staat gelijk aan een veroordeling door een rechter en een aantekening hiervan op uw justitiële documentatie (strafblad) kan de afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) in de weg staan.

Daarbij wordt er vaak een strafbeschikking uitgevaardigd zonder dat er een volledig dossier is aangelegd. Stukken waarin (chronologisch) wordt weergegeven hoe de verdenking is ontstaan en hoe het onderzoek is verlopen ontbreken vaak. Is de aanleiding van het onderzoek rechtmatig? Is er wel gewezen op zwijgrecht (cautie)? Was er wel een voldoende redelijk vermoeden van schuld om bepaalde dwangmiddelen in te zetten? Is er voldoende bewijs en is dat bewijs rechtmatig verkregen? Het is dus verstandig om het dossier door een advocaat te laten opvragen en te laten bestuderen om deze vragen beantwoord te krijgen.

Tot slot hanteert het Openbaar Ministerie, zoals hiervoor beschreven, richtlijnen en wordt er zelden of nooit rekening gehouden met andere (persoonlijke) omstandigheden. Tijdsverloop door het instellen van verzet kan daarbij strafverminderend werken. Ik heb nog nooit meegemaakt dat een rechter een hogere straf oplegde. Heeft u nog meer redenen nodig om in verzet te gaan?

Let op: het verzet moet binnen 14 dagen na ontvangst van de strafbeschikking worden ingesteld. Heeft u zelf een strafbeschikking ontvangen en wenst u deskundige rechtsbijstand? Bel dan 073 – 610 20 05.

Tjerk Wassenaar
Strafrechtadvocaat bij Van der Biezen Advocaten


april 2017
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Wonderbelegger met 9 miljoen euro vrijgesproken van oplichting

Zijn jarenlange fascinatie voor alles wat met beleggen en de beurs te maken heeft werd hem bijna noodlottig toen de officier van justitie twee weken geleden 5 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf eiste wegens beleggingsfraude en oplichting. Rob had in de loop der jaren veel ervaring met beleggen opgedaan en daarbij zo'n goed resultaat behaald dat de ene na de andere kennis met hem in zee wilde. Toen de resultaten ronduit fantastisch bleken te zijn breidde de vrienden en kennissen kring zich in rap tempo uit. De bedragen werden groter en de kring van inleggers groeide gestaag. Al snel kreeg Rob de geuzennaam van "wonderbelegger".

Toen na slechts een vluchtige kennismaking een bedrag van maar liefst 4 miljoen euro werd overgemaakt door een via via kennis sloeg bij Rob de stress toe. Met vrijwel "card-blanche" werden de activiteiten steeds spannender en de risico's steeds groter. Een als hobby ontstane activiteit werd een serieuze aangelegenheid.

Vrijwel iedere week kwam het beleggingsclubje bij Rob over de vloer en werden de resultaten van die week besproken en met een ieder gedeeld. Verliezen werden geaccepteerd en door het "hefboom effect" van de financiele producten ging de portefeuille op en neer. Bij tegenslag werd er nieuw geld ingelegd....zo ging de carroussel maar door.

Totdat de verliezen de overhand begonnen te krijgen en de inleggers hun geld zagen verdampen.... Bij financieel verlies is de liefde snel bekoeld.

Op aandringen van enkele boze inleggers greep de FIOD in en legde de gehele handel in een klap stil. Zelfs na zijn arrestatie trachtte een deel van de beleggingsclub nieuw geld in te zamelen om samen met Rob een "doorstart" te maken. Maar de druk van het opsporingsapparaat was te groot ...... inleggers, aanvankelijk niet van plan aangifte te doen, werden overgehaald dat toch te doen.

Een enorme strafzaak werd opgebouwd. Alles en iedereen zou door Rob met leugens en verzinselen om de tuin zijn geleid en daardoor zijn "bewogen" om onder valse voorwendselen grote bedragen geld aan hem over te maken. Aanvankelijk werd er zelfs gesteld dat hij een "piramide-spel" zou hebben ontwikkeld waarbij rendementen slechts uit de inleg van andere / nieuwe beleggers zouden worden betaald.....er zou niets belegd zijn.

Al snel bleek echter dat Rob bij de Binck-bank maar liefst 19.000,-- beleggingstransacties had verricht en wel degelijk op grote schaal handelde.

De rechtbank overwoog dan ook:

De rechtbank heeft vastgesteld dat de door verdachte ten behoeve van investeringen van inleggers ontvangen geldbedragen een totaal omvatten van ruim € 9.100.000,-. Dat bedrag is een samengesteld bedrag dat is gestort op aan verdachte (mede) toebehorende bankrekeningen. Daarvan is een deel van bijna € 2.500.000,- uitbetaald aan de inleggers, is een deel verdwenen door verliesgevende beleggingen en is een deel door verdachte aangewend ten behoeve van privé doeleinden. Inleggers hebben geld gestort op privé rekeningen van verdachte of [bedrijf 6] alvorens verdachte bedragen heeft belegd bij op zijn naam aangehouden rekeningen .......

Te mooi om waar te zijn.

Het beleggen en vervolgens verliezen van de bijna volledige 9 miljoen euro levert nog geen oplichting op nu een ieder vrij is om te doen en laten met zijn geld wat hij zelf wil, werd ter verdediging aangevoerd. Als bij dat "vrije handelen" de keuze valt op het doen beleggen met rendementen die zo hoog zijn dat het vrijwel zeker "te mooi is om waar te zijn" loop je een zelfgekozen risico dat alleen de inlegger valt te verwijten als het uiteindelijk mis gaat.

De rechtbank volgt deze redenering: ( ECLI:NL:RBOBR:2017:985)

"......inleggers is in een met verdachte afgesloten contract is voorgespiegeld dat de door hen ingelegde bedragen volledig zouden worden geïnvesteerd, dat over die investering een gegarandeerd rendement van minimaal 20% per jaar tot maximaal 5% per maand zou worden uitgekeerd aan de inleggers, dat over die investering aan het einde van ieder jaar minimaal 2,5% tot maximaal 5% extra rendement zou worden uitgekeerd........."

Prachtige rendementen waarvan een ieder droomt. Rendementen die door client , in een bepaalde periode , ook echt werden behaald. De rechtbank stelt dan ook dat hetgeen voorgespiegeld werd niet leugenachtig noch misleidend is omdat het in de praktijk niet onmogelijk is.

" In dit kader merkt de rechtbank nog op dat uit de bewijsmiddelen niet is gebleken dat de door verdachte toegezegde rendementen in de financiële markt van dat moment niet onmogelijk waren. De door verdachte voorgespiegelde rendementen waren dusdanig hoog, dat de rechtbank het een feit van algemene bekendheid acht dat dergelijke rendementen alleen kunnen worden gerealiseerd bij een zeer offensieve dus zeer risicovolle beleggingsstrategie. De inleggers wisten of hadden dan ook kunnen weten dat zij het risico liepen het ingelegde geld te verliezen dan wel hun inleg aanzienlijk in waarde te zien verminderen. Desondanks hebben zij gelden aan verdachte ter beschikking gesteld en vervolgens blind op verdachte vertrouwd dat hij deze gelden op integere en deskundige wijze zou beleggen. In dit kader merkt de rechtbank nog op dat uit de bewijsmiddelen niet is gebleken dat de door verdachte toegezegde rendementen in de financiële markt van dat moment niet onmogelijk waren.

Een juridisch juiste uitspraak die aansluit bij het standpunt van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:2892) die stelt dat beleggers / inleggers niet door de wet beschermt worden indien ze gezien alle omstandigheden van het geval "de onjuiste voorstelling van zaken hadden moeten doorzien".

Individuen die verblind door hebzucht alles geloven wat ze wordt voorgespiegeld komen dus van een koude kermis thuis.

U bent gewaarschuwd !

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.


februari 2017
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Doorlaten van drugs in de Rotterdamse Haven.

Informant NNPaul spreekt in een interview met de nieuwsrubriek Eenvandaag over het op grote schaal - en onder het toeziend oog van (oa. de Nederlandse) politie en justitie - doorlaten van containers vol met cocaïne in de Rotterdamse haven.

Letterlijk zegt hij in de documentaire:

“Ze weten precies wat er aankomt”

“Ze zijn al enorm lang op de hoogte van containers met dit soort transporten”

Paul heeft het dan over een opsporingsmethode die in Nederland in de jaren ’80 en ’90 bekend werd onder de naam “De Delta –methode”: Het op grote schaal doorlaten van harddrugs om zodoende een beeld te krijgen van de personen die erachter zitten. Deze IRT-affaire heeft uiteindelijk geleid tot een alles omvattend parlementair onderzoek waarbij het gehele opsporingsapparaat onder de loep werd genomen. De Parlementaire Enquête commissie Van Traa was een feit.
Deze commissie concludeerde in februari 1996 dat er sprake was van een “crisis in de opsporing”.

Deze crisis zou toen 3 elementen omvatten: ontbrekende normen, een niet goed functionerende organisatie en problemen in de gezagsverhoudingen.

De commissie stelt (blz 427 Eindrapport) dat er “de afgelopen vijf a tien jaar een wildgroei in opsporingsmethoden heeft plaatsgevonden” en dat strikte normering noodzakelijk zou zijn. Dit gebrek aan regelgeving zou hebben geleid tot “een gebrek aan inzicht in en controle en toezicht op de gehanteerde opsporingsmethoden hetgeen onverantwoord is”. De Commissie Van Traa constateerde en onverantwoord gebrek aan transparantie en controle waardoor het behoorlijke bestuur uit het oog werd verloren. De overheid is tekort geschoten was de snoei harde conclusie.

Onder het toeziend oog van politie en justitie hadden criminele burgers miljoenen verdiend en waren zo onaantastbaar geworden.

Dit moest definitief veranderen in de ogen van de Commissie. De cultuur van geheimhouding moest verdwijnen en uitgebreide wetgeving werd wenselijk geacht om de opsporing “transparant , open en eerlijk te maken” en bovenal diende de handelingen de de opsporingsinstanties “toetsbaar en inzichtelijk” te worden.

Citaat Cie. Van Traa (blz 430 Eind-rapport):
“De cultuur van geheimhouding is naar het oordeel van de commissie te overheersend. Aan informanten kan géén absolute garantie van anonimiteit gegeven worden. De rechter, eventueel de rechter-commissaris, dient ook het werk van informanten te kunnen toetsen. Alle relevante informatie ten behoeve van de opsporing dient in processen-verbaal te worden vastgelegd. De commissie meent dat in de afgelopen jaren de balans is doorgeslagen naar het beschermen van informanten ten koste van de rechtstatelijke eisen van openbaarheid en verantwoording. Daarbij heeft zich de paradox voorgedaan dat naarmate de effectiviteit en het belang van de informant voor de politie toeneemt , het moeilijker wordt de informatie daadwerkelijk te gebruiken en te verantwoorden”.

Na het rapport van de commissie van Traa zijn de opsporingsmethoden vastgelegd in verschillende nieuwe wetten waarvan de Wet Bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB) te belangrijkste was. Deze Wijzigingswet van het Wetboek van Strafvordering trad in werking in februari 2000 nu al weer circa 17 jaren geleden. Ondanks wellicht alle goede bedoelingen van de commissie Van Traa en de wetgever is er van één cruciaal punt van kritiek op de opsporing niets maar dan ook niets terecht gekomen, en dat is de nagestreefde “openbaarheid en verantwoording” .

Sinds de commissie van Traa is er in de rechtspraktijk gesteund door de rechtspraak van de Hoge Raad en lagere rechtsprekende instanties een “Cultuur van geheimhouding ontstaan” die zijn weerga en omvang niet kent.

Nooit maar dan ook vrijwel nooit toetst een rechterlijke instantie rechtstreeks bij een informant hoe het nu precies in de “voorfase” is gelopen. Slechts in héél bijzondere gevallen mogen advocaten de Chef TCI horen om, met zijn indirecte en afgeleide kennis, te vernemen dat alles volgens de regels is verlopen en dat hij bij doorvragen niets relevants kan en mag vertellen. Wij zijn in Nederland inmiddels gegroeid en helaas gewend geraakt aan het fenomeen dat de opsporing grotendeels en overwegend in het “geheim” verloopt. Een opsporing die niet direct toetsbaar is alles behalve transparant. Zo worden omvangrijke opsporingsonderzoeken begonnen gebaseerd op volledig anonieme en niet toetsbare TCI informatie. Worden burgers op radio en TV opgeroepen om vooral maar anoniem hun tips te spuien onder volledige garantie van anonimiteit.

En zo gebeurt het…niet toetsbaar voor rechters, laat staan transparant voor de advocatuur. En iedere strafrechtadvocaat merkt dat het langzaam maar zeker steeds erger wordt. Rechters leggen een lat voor het toekennen van verzoeken van de verdediging steeds hoger met de magische woorden “vertrouwen in ambtsedige processen verbaal” en “vertrouwen” op wat buitenlande opsporingsinstanties aan onze opsporingsdiensten ter hand stellen.

Terug naar de Rotterdamse haven. Niet alleen NNPaul (waarvan de TCI zéér opmerkelijk zijn bestaan schriftelijk erkent, nadat deze man zich mij één der advocaten heeft gewend om een boekje open te doen)….maar ook de Douanier uit de Haven Rotterdam, die zich momenteel terzake verdenking van corruptie dient te verantwoorden, erkent op de hoogte te zijn van het systematisch doorlaten van grote hoeveelheden harddrugs in de Haven van Rotterdam.

Met verve hebben de verschillende advocaten (waaronder ondergetekende) betrokken bij de verdediging in deze zaken betoogd dat nu eens de onderste steen boven dient te komen en dat NNPaul maar ook alle overige betrokkenen bij deze gang van zaken gehoord dienen te worden en dat alle relevante stukken boven water dienen te komen.

Het zal mij zeer benieuwen in hoeverre dit nu uitgezocht gaat worden en of de rechters inderdaad de moeite gaan nemen nu eens “transparantie en toetsbaarheid” te laten prevaleren boven geheimhouding en bescherming van al dan niet toelaatbare opsporingsmethoden…….U gaat het horen.

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.


december 2016
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Privacy definitief begraven.

Menigeen zal een dezer dagen een ipad of iphone onder de kerstboom aantreffen waarmee hij of zij denkt onbezonnen op het “world wide web” te kunnen surfen geheel privé en onbespied door wie dan ook. Die laatste gedachte kan men echter, als het aan het kabinet ligt, binnenkort vergeten.

De NOS kopte op 28 oktober 2016: “ Kabinet: inlichtingendiensten mogen meer tappen”.

“ Het kabinet werkt al jaren aan het plan om de inlichtingendiensten meer bevoegdheden te geven”.

“ De geheime diensten mogen nu al internetverkeer aftappen, maar mogen maar één tap per keer plaatsen. In de nieuwe wet mogen grotere hoeveelheden internetverkeer worden afgetapt en vervolgens doorzocht op bepaalde informatie”.

En dan is het dus echt afgelopen met Uw en mijn privacy en het vrolijk en onbezonnen rondzoeken op het internet in de waan dat er niemand mee kan en mag kijken. Het wetsvoorstel, dat het zo goed als zeker gaat halen omdat er in de kamer een meerderheid voor aanwezig is, voert het veelbesproken “sleepnet” in waarvan de Amerikanen reeds jaren op grote schaal vrolijk gebruik maken. De nieuwe wet stelt de inlichtingendiensten in staat datacentra die bijvoorbeeld e-mail, sms , internetbellen en apps verwerken structureel in de gaten te houden.

De Volkskrant schrijft in haar artikel van 28 oktober 2016 over de nieuwe wettelijke bevoegdheden dat; Critici van de wet menen dat de wet een “sleepnet-effect” heeft: door grote hoeveelheden internetdata af te tappen komt de privacy van onschuldige burgers in het geding. Om enigszins tegemoet te komen aan die kritiek , wil het kabinet dat een nieuwe toetsingscommissie zich eerst uitspreekt over specifieke aftapverzoeken. Die commissie bestaat uit drie personen , waarvan er minstens twee rechter zijn. De derde persoon is een expert , bijvoorbeeld op het gebied van internveiligheid.

Of een dergelijke commissie echter in staat zal zijn om serieus tegenwicht te (kunnen) bieden tegen de steeds groter wordende roep van de veiligheidsdiensten om meer bevoegdheden valt te betwijfelen.

Naar verwachting zullen de (internet-) sluizen volledig open worden gezet en open blijven als er ooit in Nederland zich een incident voordoet zoals in België en/of Frankrijk.

Op privacy gespecialiseerde organisaties (zoals de Privacy Barometer) luiden inmiddels de noodklok. Deze laatste bron geeft een heldere opsomming van alle bevoegdheden die na invoering van de nieuwe wet mogelijk zijn.

Grootschalig afluisteren.
Na invoering van genoemde wet mogen de geheime diensten “grootschalig en ongericht” het internet afluisteren (art.48) . In de toelichting van de wet schrijven de ministers hierover dat “de diensten zich richten op een geografisch gebied of op bepaalde datastromen” afhankelijk van de opdracht. Als voorbeelden noemt de minister dat de (privé) communicatie via een bepaalde app , social medium of game kan worden afgeluisterd. Ook kan de volledige communicatie met een bepaald land worden afgeluisterd. Naar verwachting zal dit praktisch gaan gebeuren door het installeren van “aftappunten” door de AIVD bij grote (kabel) internetpunten. De zo verzamelde ruwe gegevens zullen na eventuele ontsleuteling , maximaal 3 jaar worden bewaard en kunnen in die periode op verschillende criteria worden doorzocht (artt. 49 en 50). Gegevens mogen ook gekoppeld worden aan andere gegevens die de AIVD heeft of mag opvragen en op basis van criteria , algoritmen of profielen worden doorzocht (art. 60)

Juridische realiteit.
Deze extreme en vrijwel onbeperkte bevoegdheden zullen in de praktijk een enorme stortvloed aan informatie gaan opleveren die niet alleen gebruikt zal gaan worden bij de terreur bestrijding. De juridische realiteit in ons land is helaas dusdanig dat informatie die dmv een aanvankelijk legaal toegepaste bevoegheid is verkregen , en die voor andere zaken en/of rechtsgebieden belangrijke (belastend) informatie heeft opgeleverd, in het kader van de “voortschrijdende bevoegdheid” jurisprudentie gebruikt kunnen gaan worden bij een uiteenlopende strafrechtelijke vervolging(en). De Hoge Raad accepteert in haar uitspraken inmiddels een (vrijwel) ongebreidelde vermenging van informatie stromen en bevoegdheden die bij een onrechtmatige toepassing amper nog tot een niet ontvankelijkheid en/of bewijsuitsluiting leiden.

Met deze wet kunnen U en ik er zondermeer vanuit gaan dat de privacy definitief begraven is. U hoeft zich vanaf nu op dit punt géén enkele illusie maar te maken ! U bent gewaarschuwd.

De geheime diensten zullen naar verwachting belastend strafrechtelijke materiaal of als anonieme info in de strafrechtsketen “dumpen” of anderszins gaan doorsluizen.

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.


augustus 2016
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Een Ministerie in verval........

Sinds 2010 wordt de minister van Veiligheid en Justitie geleverd door de VVD, een partij die “justitie en veiligheid, opsporing en vervolging” hoog in haar vaandel heeft staan. Ivo Opstelten, een VVD’er in hart en nieren, bezette tussen 2010 en 2015 de belangrijke post van justitie en was verantwoordelijk voor de invoering van onze “nationale politie”. Het doel dat werd nagestreefd met de invoering van dit nationale korps was het volgende: “De nationale politie moet de politie beter in staat stellen invulling te geven aan de eisen die de maatschappij stelt, bijvoorbeeld door vermindering van bureaucratie, minder bestuurlijke drukte en effectievere opsporing”. Nu na 6 jaren VVD bewind , met de verkiezingen in zicht, is het tijd om de balans op te maken.

Wat zijn nu de resultaten van het als “speerpunt van vvd-beleid” gepresenteerde inspanningen ?

Op 23 november 2015 kopt de Telegraaf: “ Nationale Politie is mislukking”. In het artikel wordt niet zomaar de eerste de beste politicus geciteerd die vanuit partijbelang de aanval op de vvd wil openen en zodoende een gekleurde mening verkondigd. Nee, niemand minder dan de (voormalige) top van het openbaar ministerie Dato Steenhuis verwoordt zijn bezorgdheid helder en duidelijk in het programma eenvandaag.

“De nationale Politie is “failliet” constateert hij”. “De opsporing van misdrijven is onder de maat , politiepersoneel is massaal ziek , de korpschef stapt vervroegd op en de organisatie wordt geplaagd door affaires………….” Hij constateert dat het “niet goed gaat bij de Nationale Politie”en adviseert te stoppen en opnieuw te beginnen.

De andere VVD minister , Ad van der Steur, opvolger van Ivo Opstelten , sluit zich vervolgens bij genoemde kritiek aan. Hij maakte in de zomer van 2015 al bekend dat de “grootste reorganisatie ooit bij de politie in zwaar weer verkeerde en twee keer zo duur zou worden dan begroot”.

En dan hebben we het dus over een (gepland) budget van maar liefst 230 miljoen euro dat nu verhoogd moet worden naar 460 miljoen euro. Ondanks deze enorme extra kapitaal injectie wordt dan nog medegedeeld door minister Van der Steur dat de beoogde “efficiëntiewinst” die geboekt zou moeten worden door de enorme reorganisatie nog wel zeker 2,5 jaar op zich laat wachten.

Dat die efficiëntie binnen de politieorganisatie inderdaad te wensen overlaat blijkt ook uit andere signalen in de justitie keten.

Waar in 2005 nog ruim 25 procent van de zaken werden opgelost (in totaal 339.161 misdrijven) , was dat in 2013 nog geen 22,5 procent (244.079 misdrijven).

Maar ondanks deze steeds maar dalende efficiëntie van politie en justitie heeft de opvolger van Ivo Opstelten , onze huidige minister Ad van der Steur, besloten om het budget van s ’lands enige (vrijwel enige moet ik zeggen) forensische opsporings-instituut met maar liefst 13 procent te verminderen.

Ondanks de lessen die getrokken kunnen worden uit het falen van diens voorganger, de vele niet waargemaakte (efficiëntie) beloften belooft ook deze vvd’er weer dat ondanks de bezuinigingen de kwaliteit gewoon gehandhaafd blijft.

Letterlijk liet Van der Steur in de media weten dat hij “verzekerde dat het werk van het NFI op peil blijft”. Van een budget van circa 80 miljoen euro moet het NFI al haar werk straks verrichten met maar 59 miljoen.

Het resultaat zal echter zijn dat de wachtlijsten voor technische onderzoeken , opgedragen door de rechterlijke macht al dan niet op verzoek van de verdediging, maanden langer op zich zullen laten wachten. En dat de efficiëntie in de strafrecht keten alleen maar zal teruglopen.

Over de draconische bezuinigingen op gevangenispersoneel heb ik het dan nog niet eens gehad . Versoberingen die de zelfmoord aantallen in onze gevangenissen tot een record hoogte hebben doen stijgen.

Dan zal ik maar niet beginnen over de aangekondigde bezuinigingen op de advocatuur die er in feiten op neer komen dat een advocaat nog slechts maar circa 900 uren aan pro deo zaken per jaar mag werken. Wie die pro deo strafzaken daarna dan moeten gaan doen is mij een raadsel……………..

Een ieder die de werkzaamheden van justitie en veiligheid een warm hart toedragen moeten dus nog ns goed achter hun oren krabben alvorens ze in het voorjaar van 2017 naar stembus gaan…………

U bent gewaarschuwd.

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.


juni 2016
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Dubieuze undercoveracties.

“Politie lokt crimineel vaker in de val” kopte het AD afgelopen week op de voorpagina van de krant. Uit door de journalist ingesteld onderzoek blijkt dat steeds vaker en bij steeds lichtere zaken undercover agenten worden ingezet. Niet alleen (meer) bij georganiseerde criminaliteit en moordzaken maar ook bij veel lichtere verdenkingen zoals fraude, afpersing en witwassen. Uit cijfers verkregen via de Wet openbaarheid van bestuur blijkt het zware middel van “undercover / werken onder dekmantel” in de jaren 2011, 2012, en 2013 respectievelijk 55, 82 en 68 keer te zijn ingezet. Beduidend meer dan de 31 keer dat het middel in 2004 werd ingezet. Als je daarbij de acties van de vele duizenden in Nederland rondlopende “informanten” optelt en de vele “kliklijnen” die de staat inmiddels runt krijg je toch een heel afschrikwekkend beeld van de samenleving waarin we inmiddels leven. “Big Brother is Watching You” is inmiddels werkelijkheid geworden.

De nu in Nederland gehanteerde methodiek:”…. het inpalmen van mensen door geld en goederen …en het vervolgens toewerken naar een climax waarin aan de grote baas van het geheel een (vrijblijvende) bekentenis moet worden afgelegd omdat je anders alles weer kwijtraakt ……” staat in Canada bekend onder de veelzeggende naam “Mr. Big”. Deze inmiddels veelvuldig toegepaste methode is door de Canadese rechters verschillende keren afgestraft in de rechtszaal, wanneer agenten te ver gingen.

In Nederland ligt er in de zaak Wim. S. nu een vonnis van de rechtbank Breda waarin cliënt veroordeeld is voor moord tot 18 jaren gevangenisstraf, een zaak waarin de Mr. Big methode is gekopieerd en volledig is toegepast. De beweerdelijke bekentenis …”de biecht” waaraan de rechters hem nu willen houden…is slechts summier in een PV van bevindingen opgenomen. Audio en video opnames ontbreken geheel.

Hoogleraar wetenschapsfilosofie Ton Derksen concludeerde na uitvoerige bestudering van het undercovertraject als volgt:

“De undercoveroperatie bereikte het doel dat door die operatie gesteld was: een bekentenis van de moord op Heidi door Wim S. De opzet van de operatie was echter zodanig dat alle betrouwbaarheidscondities van een bekentenis volledig ondermijnd waren. Voor Wim was er geen uitzicht op straf, en er was geen morele veroordeling en hij had overruling redenen om te bekennen. De aldus verkregen bekentenis zegt op zichzelf dus niets over de vraag of Wim wel of niet de moord op Heidi heeft gepleegd”.

Onbruikbaar voor bewijs volgens hoogleraar Ton Derksen. De rechtbank oordeelde echter anders.

De vraag of er in deze zaak nu al dan niet sprake is van een “valse bekentenis” die door toedoen van ongeoorloofde middelen en/of druk tot stand is gekomen zou kunnen worden beantwoord aan de hand van “unieke en specifieke” daderkennis die terug te vinden zou moeten zijn in de zogenaamde “bekentenis”. Informatie die dus alleen de dader kon en kan weten !

De rechtbank overweegt in haar vonnis op dit punt echter het volgende:
“ ……met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er van unieke , zeer specifieke daderkennis in de verklaringen van verdachte géén sprake is”.
Géén specifieke daderkennis dus. Als je daarbij bedenkt dat verdachte het gehele dossier al jaren in zijn bezit had….is van enige “uniciteit” géén sprake. Het vervolgens toch hanteren van deze (valse) bekentenis is dan ook een enorme gok.

Gebrek aan toets baarheid en transparantie heeft in de Canadese rechtszalen ertoe geleid dat de uiteindelijke ontmoeting met Mr. Big verplicht opgenomen moet worden omdat anders de beweerdelijke bekentenis niet tot bewijs mag dienen.

De zaak Wim S. ligt nu inmiddels bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch waar nieuwe en hogere rechters zich over de bruikbaarheid en de toelaatbaarheid van deze methode zich zullen moeten uitlaten. Of daar het standpunt van de Chef “Werken onder dekmantel” (WOD): … dat opnames niet verplicht en nergens voor nodig zijn… stand houdt zal moeten blijken.

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.


februari 2016
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Verdachte van moord voorlopig vrij.

In maart 2011 wordt mijn cliënt op verdenking van moord op zijn vriendin, gepleegd in december 2010, opgepakt. Vanaf zijn aanhouding houdt hij vol dat hij onschuldig is en dat hij met een moord niets te maken heeft. Hij verklaart dat hij op de bewuste avond eerder van een feestje naar huis was gegaan om de kinderoppas af te lossen. Toen hij net op bed lag, hoorde hij gestommel en ging naar beneden om te kijken of zijn kinderen wakker waren geworden. Toen bleek dat het gestommel niet van hen kwam, ging hij verder naar beneden waar hij zag dat een inbreker alle kastjes had doorzocht. Tot zijn grote schrik zag hij vervolgens dat zijn vrouw bloedend in de tuin lag. Hij aarzelde geen moment en belde met zijn mobiel 112 om een ambulance te regelen. Na aankomst bleek de hulp echter te laat te zijn. In het voorgeleidingsdossier worden alle omstandigheden van de zaak als “verdacht” betiteld en wordt gesteld dat alles een opzetje van cliënt zou zijn geweest om een moord te verdoezelen. Ondanks zijn hardnekkige ontkenningen blijft hij vastzitten.

Eerste schorsing voorlopige hechtenis
Op 10 juni 2011 vindt de rechtbank het echter welletjes en schorsing de voorlopige hechtenis van cliënt en laat hem vrij. Na uitgebreid tactisch en technisch onderzoek is er richting cliënt niets extra’s gevonden, zodat ook de rechter kennelijk is gaan twijfelen.

De officier van justitie legt zich niet neer bij deze vrijlating een vraagt om de inzet van een “undercover-team” om de schuld van cliënt te kunnen bewijzen. In het bevel “aanvraag stelselmatige informatie inwinning” valt het volgende te lezen:

“ Aangezien de tot dusver verrichte opsporingshandelingen in combinatie met de forensische bevindingen onvoldoende hebben geleid tot opheldering van het onderhavige misdrijf…………….is besloten het opsporingsonderzoek voort te zetten”.

En dan begint er op cliënt een zeer vergaand undercovertraject te lopen, waarin hem een “gouden toekomst” wordt voorgespiegeld met véél geld en een goede baan. Een baan waarin hij met VIP’s kon werken en in dure auto’s kon rijden. Een baan met verre reizen en mooie vrouwen. Alles zag er fantastisch uit en de toekomst kon niet meer stuk. Hij was inmiddels wel bij z’n “echte baan” ontslagen (met hulp van de politie ?) en kon inmiddels géén kant meer op.

Maar dan ineens dreigde hij in een luxe villa in Marbella ontslagen te worden als hij niet zou vertellen hoe hij zijn ex had vermoord. Zijn (nep)werkgever was immers op de hoogte van alles, omdat hij goede kanalen had. Hem werd medegedeeld dat een bekentenis voor hen niets zou uitmaken, omdat immers ook andere personeelsleden een leven op hun geweten hadden. Eerlijkheid stond voorop en het regelen van een alibi was géén probleem. Als hij zou vertellen, dan zou hij niet ontslagen worden en zou alles kunnen doorgaan.

De daarop volgende, grotendeels verzonnen, bekentenis, zorgt er vervolgens voor dat cliënt, na een schorsing van ruim 3 jaren, direct weer werd opgesloten.

Tweede schorsing voorlopige hechtenis
De onder dubieuze omstandigheden uitgelokte verklaring wordt door deskundige Ton Derksen inmiddels betiteld als “ontoelaatbaar” en “onbruikbaar voor bewijs”. Na meerdere schorsingsverzoeken, gebaseerd op het door de verdediging in het geding gebrachte deskundigenrapport, is de voorlopige hechtenis inmiddels voor de 2e maal geschorst. Ditmaal vanwege privéomstandigheden.

De inhoudelijke zitting volgt eind maart / begin april. Het wordt spannend…

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.


december 2015
Foto Mr. A.S. van der Biezen

GSM gegevens onvoldoende voor bewijs

Op 19 september 2012 vond rond twaalf uur ’s nachts een gewapend overval plaats waarbij het voertuig van de slachtoffers werd klemgereden door twee andere auto’s. Vier mannen met bivakmutsen en gewapend met een pistool en hamer sloegen het raam van de auto in en trachtte de slachtoffers te beroven van de pachtopbrengsten van de kermis te Veghel.

De officier van justitie vervolgde mijn cliënt ter zake betrokkenheid van deze overval. Hij had inmiddels 8 maanden gezeten en heeft vanaf dag één aangegeven dat hij niets met het voorval van doen heeft. Tijdens ieder verhoor gaf hij aan “volstrek onschuldig te zijn”.

Als belangrijkste bewijs werd door de officier aangevoerd dat cliënts telefoon rond het tijdstip van de overval zendmasten aanstraalde in de buurt van de plaats delict, een afgelegen rotonde in het noorden des lands. Aangevoerd werd dat het toestel van cliënt samen met de telefoon van de medeverdachte dezelfde route van Veghel naar Den Oever had afgelegd en dat de beide toestellen, na de overval, zich naar de woonplaats van cliënt te Arnhem zouden hebben bewogen. Daarnaast zou één van de slachtoffers de “blauwe ogen” van cliënt hebben herkend terwijl hij een bivakmuts op had.

Nu zijn er meerdere mensen met blauwe ogen en bleek uit getuigenverklaringen ter zitting dat cliënt, mede als gevolg van neurologische problemen , een zeer slecht geheugen had en zijn goederen, en dus ook zijn gsm, frequent liet rondslingeren. Soms was hij het toestel dagenlang kwijt en vond hij het apparaat weer in de horecatent van zijn broer waar hij geregeld kwam.

Naast de gsm gegevens oordeelde de officier van justitie dat cliënt in één van de achtervolgende auto’s gezeten moet hebben nu deze waren geflitst op de route. Dezelfde route als de gsm zendmastgegevens. Niet dat er een foto van zijn gezicht was genomen of in het dossier terug te vinden was maar de zendmast gegevens waren volgens de officier in combinatie met de vermeende herkenning voldoende voor een eis van 3 jaar gevangenisstraf.

De Rechtbank te Alkmaar oordeelde op 5 november 2015 gelukkig anders:

“ Concluderend bevat het dossier , daar waar het aankomt op daadwerkelijk redengevende feiten en omstandigheden, enkel de zendmastgegevens van de mobiele telefoons van verdachte(n). Alhoewel deze gegevens in de richting van verdachte wijzen als zijnde een mogelijke dader van de poging overval, deelt de rechtbank het standpunt van de raadsman van verdachte dat de enkele constatering dat een door verdachte gebruikte mobiele telefoon een zendmast aanstraalt in de min of meer directe omgeving van een plaats delict onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te komen”.

En op het punt van de beweerdelijke herkenning overwoog de Rechtbank nog het volgende:

“….het gegeven dat verdachte qua postuur huidskleur en ogen zou passen binnen het door het slachtoffer opgegeven signalement , levert naar het oordeel van de rechtbank geen bewijs op , nu het gegeven signalement - onder meer gelet op het feit dat de daders bivakmutsen droegen op dat moment donker was – te algemeen en vaag is”.

Vervolgens wordt cliënt dus vrijgesproken, hetgeen niet wegneemt dat hij maar liefst 8 maanden ten onrechte de cel heeft gezeten eigenlijk enkele vanwege het feit dat hij zijn gsm wel eens laat rondslingeren.

U bent gewaarschuwd !

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.


oktober 2015
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Vrijspraak in witwaszaak

In januari 2013 ging de politie bij de broer van mijn cliënt naar binnen in verband met een anonieme melding over de aanwezigheid van een vuurwapen. Het hele huis werd doorzocht, maar de melding bleek vals te zijn en een wapen werd niet aangetroffen.

Wel vond de politie op 2 verschillende plekken geld. Een bedrag van 5000,-- euro werd in de keukenla gevonden en onder een bed in een plasticzak lag 25.000,-- euro. Ter plekke legde de bewoner uit dat het geld in de keukenla zijn spaargeld was, bedoelt voor het huishouden en dat het bedrag van 25.000,-- spaargeld van zijn broer was.

Hij mocht de 5.000,-- euro houden doch de 25.000,-- werd in beslaggenomen omdat men de plek “verdacht” vond. De broer in kwestie benaderde mij om zijn geld terug te vragen. Tijdens de zitting waar het klaagschrift tegen in beslagname werd behandeld stelde de officier dat het wel crimineel geld moest zijn omdat cliënt al 2 jaar werkloos was en het toch wel erg veel geld was voor iemand die werkloos is. Het geld moest onder beslag blijven omdat cliënt terzake witwassen zou worden vervolgd.

Cliënt , 45 jaar oud, legde aan de rechter uit dat hij nog nooit met justitie in aanraking was geweest en nimmer ter zake een vermogensdelict of een opiumwet delict was veroordeeld. De rechter oordeelde dat het bedrag onder conservatoir beslag bleef totdat de rechter over de “witwas verdenking” had geoordeeld.

Ondanks aandringen en vele mailtjes duurde het bijna één jaar totdat cliënt gedagvaard werd. In het eind dossier werd gerekend vanaf een fictief tijdstip (datum ingang werkloosheid) en werd cliënt’s vermogen op “nul” gezet…omdat men toen op zijn bankrekening een nul (0) stand zag.

Direct ter zitting werden door ons twee kontante betalingsbewijzen getoond. Bedragen die door cliënt waren ontvangen ter zake schade aan zijn woning ontstaan tijdens een verbouwing. Het totale bedrag was 35.000,-- euro. De officier dacht deze betalingen van tafel te kunnen vegen met de enkele mededeling dat het hier betalingen betrof van 10 jaar geleden en dat dat geld zeker door cliënt in die jaren zal zijn opgemaakt. Cliënt stelde dat van genoemd bedrag slechts een deel was opgegaan en dat er tevens door hem weer was bij gespaard in de periode dar hij nog werk had. Van een nul-stand was dus nimmer sprake geweest

De rechter ging in de “simpele losse pols redenering” van de officier niet mee en overwoog: “ De rechtbank komt op grond van het voorgaande niet tot een sluitende conclusie dat verdachte in januari 2013 een kassaldo had van minder dan 25.000,-- euro en dat het derhalve niet anders kan zijn dan dat het aangetroffen bedrag van misdrijf afkomstig is”.

Na ruim twee jaar procederen krijgt cliënt eindelijk zijn geld terug en wordt hij vrijgesproken van witwassen.

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.


augustus 2015
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Growshops verder in het nauw gedreven.

Op 1 maart 2015 is de wet “Strafbaarstelling van handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt” in werking getreden en inmiddels stapelen zich de incidenten op. Direct na de inwerkingtreding van de Growshopwet zijn er landelijk meerdere invallen geweest waarbij grote hoeveelheden producten in beslag zijn genomen.

Bij meerdere klanten is men in maart 2015 naar binnen gegaan en is het beperkt gebleven tot inbeslagnames. Verbaasd was ik dan ook dat ik vorige week gebeld werd in verband met de aanhouding van een cliënt op basis van een overtreding van de nieuwe wettelijke bepalingen. Men was reeds op 3 maart 2015 bij hem aan de deur geweest en had meerdere goederen in beslaggenomen, andere goederen had men bekeken en liet men liggen.

Omdat men reeds maanden eerder bij cliënt was binnen geweest voerde de officier als grond voor zijn “vordering inbewaringstelling” niet de onderzoeksgrond doch enkel en alleen de recidivegrond (het gevaar voor herhaling) aan.

Nadat door mij was aangevoerd dat er in casu géén sprake was van ernstige bezwaren nu cliënt immers een “tuincentrum” runde en géén growshop en dat er daarnaast géén sprake kon zijn van recidive gevaar vanwege het feit dat cliënt (op Opiumwet gebied) geen strafblad had, werd cliënt dezelfde dag nog vrij gelaten.

Een mooie overwinning zou je op het eerste gezicht denken. Totdat ik die middag de schriftelijke beslissing onder ogen kreeg. De rechter-commissaris overweeg in zijn belissing:

“’De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte niet wist noch kon vermoeden dat de inbeslaggenomen goederen bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de OW strafbaar gestelde feiten.

De rechter-commissaris overweegt daartoe dat in een van winkel afgescheiden ruimte een groot aantal goederen in beslag is genomen die ieder op zich en ook in combinatie geschikt zijn voor gebruik in de illegale hennepteelt. Die goederen hebben een specifiek karakter en/of functie en kunnen in dat licht niet, althans niet zonder nadere motivering van verdachte , worden aangemerkt als alledaagse voorwerpen die een logisch onderdeel van het assortiment van een tuincentrum of kassenspeciaalzaak zijn. Gelet hierop moeten ernstige bezwaren worden aangenomen ten aanzien van de opzetvariant van artikel 11a OW”.


Een zeer strikte uitleg van de wet. Doch het werd nog erger. Cliënt had immers aangegeven dat de goederen die de RC besprak nu juist door hem in de opslag waren gezet en niet meer ter verkoop werden aanboden. Het betrof goederen die de politie tijdens de inval had laten staan omdat ze niet wisten of het nu wel of niet strafbaar was. Voor de zekerheid had cliënt die goederen direct verwijderd en apart gezet. Op dit punt overwoog de RC het volgende:

“ De omstandigheid dat de goederen sinds begin maart 2015 niet (meer) werden verkocht/verhandeld, doet niet af aan het vorenstaande. De verdenking ziet immers niet alleen op de verkoop , maar ook op het voorhanden hebben van de voorwerpen”.

U bent gewaarschuwd..........

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.


juni 2015
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Onrechtmatige Undercover Trajecten.

Undercover trajecten onderscheiden zich van de meeste andere opsporingsinstrumenten door hun verborgen en misleidende karakter. In een undercovertraject tracht de opsporingsambtenaar het vertrouwen van een persoon (onderwerp van onderzoek) te winnen door zich voor te doen als een potentiële zakenrelatie of soms zelfs als een “vriend”. Deze “heimelijke methodieken” vormen een enorme inbreuk op iemands persoonlijke levenssfeer en kunnen soms jaren achtereen voortduren.

Onschuldige ontmoetingen op vakantie waarbij onder het genot van een drankje nieuwe kennissen worden gemaakt, gezellig met de kinderen wordt gespeeld, blijken achteraf een gewiekste “infiltratie actie” te zijn waarbij de nieuwe vrienden gewoon 2 agenten bleken te zijn geweest. Of een onschuldige botsing tegen een geparkeerd staande auto bleek opzettelijk te zijn uitgevoerd om in contact te kunnen komen met de persoon die men op de korrel had. Steeds vaker komen we in dossiers gesprekken tegen tussen cliënten en vermeende medegedetineerden die zich in hetzelfde transportbusje bevinden. Dit “begripvol” luisterend oor blijkt dan achteraf gewoon een opsporingsambtenaar te zijn geweest. De voorbeelden zijn inmiddels legio. Cliënten die het hebben meegemaakt reageren stuk voor stuk met ongeloof en verbazing. Hun vertrouwen in hun (mede-)mens zijn ze vaak voor de rest van hun leven definitief kwijt.

Uitgangspunt van de “undercoverwetgeving”.
Doordat verschillende rechercheteams in Nederland in het verleden zonder enige wettelijke basis infiltratie- en undercoveroperaties uitvoerden waarbij het in sommige gevallen volledig uit de hand liep (IRT-affaire) werden “undercover methodieken” bij wet geregeld. Op 1 februari 2000 is de Wet BOB (bijzondere opsporingsbevoegdheden) in werking getreden met als doel de georganiseerde misdaad beter te kunnen bestrijden. Het aanvankelijke uitgangspunt van de “undercoverbepalingen” (Wet BOB) was de bestrijding van de georganiseerde misdaad omdat die door haar “geslotenheid en !1 ondoordringbaarheid” niet met andere middelen bestreden zou kunnen worden. Methoden met verregaande inbreuk op de privacy zouden derhalve gerechtvaardigd zijn.

Het laatste decennium valt te zien dat undercovertrajecten in Nederland niet meer hoofdzakelijk tegen georganiseerde, vooral drugscriminaliteit, worden ingezet maar dat deze instrumenten ook worden gebruikt bij de opsporing van andere misdrijven. Uit onderzoek (Rapport WODC “Opsporen onder dekmantel” 2010) blijkt dat de undercovermethode van “stelselmatige informatie inwinning” (SI) bij gewone levensdelicten meer en meer toeneemt. Bij familiedrama’s of andere verdenkingen van moord en doodslag vindt de inzet van undercoveragenten steeds vaker plaats. Leek men aan opsporingszijde aanvankelijk nog wat terughoudendheid te betrachten met deze “nieuwe methodieken”, inmiddels worden ze veelvuldig in de meest uiteenlopende zaken toegepast.

Disproportioneel.
Hoewel het hoogste rechtscollege in ons land, de Hoge Raad, meer en meer door de juridische vingers kijkt, blijkt dat men in de praktijk in sommige undercoveroperaties eenvoudigweg te ver gaat. Zo oordeelde de Rechtbank te Amsterdam in 2008 in een moordzaak waarbij het slachtoffer nooit is gevonden het volgende: “Uit het zeer uitgebreide onderzoek komt dan ook feitelijk als enig hard bewijs naar voren de in de kelderbox van verdachte gevonden bloedsporen met het DNA profiel van het slachtoffer”. Over de jarenlange intensieve en verregaande “undercoveractie” op cliënt oordeelt de Rechtbank als volgt: “De rechtbank oordeelt dan ook dat het OM , na afweging van alle betrokken belangen , in redelijkheid niet – want disproportioneel – tot (verdere) toepassing van dwangmiddelen jegens verdachte had kunnen besluiten”.

In die zaak waren gedurende een periode van 5 jaar de telefoons van cliënt getapt, observaties verricht, peilbakens geplaatst en uiteindelijk een diepgaand undercovertraject gestart waarbij een nep beveiligingsbedrijf was opgericht waar cliënt zou kunnen gaan werken. Tijdens het traject kon hij alvast geld verdienen met een klus in Engeland. Samen met zijn “nieuwe collega’s moest hij een duikklus uitvoeren tussen de schepen in de haven van Londen. Allemaal super geheim. Na jaren onderzoek en na het volledig op de kop zetten van cliënt zijn leven oordeelde de rechtbank dat dit toch veel te ver was gegaan en dat de actie géén bewijs van enig levensdelict had opgeleverd. Vrijspraak volgde. Het jarenlang doorrechercheren werd als “disproportioneel” (en derhalve onrechtmatig) beoordeeld.

Controleerbaarheid van undercovertrajecten.
Het Gerechtshof te Amsterdam oordeelde op 1 maart 2012 in een strafzaak waarbij gebruik was gemaakt van een Britse Undercoveragent het volgende: “ …een van de doelstellingen van de Wet BOB (undercoverwetgeving) juist is om de controle op de hantering van bijzondere opsporingsmethoden te vergroten, waarbij de toetsbaarheid van het opsporingsonderzoek een grote rol speelt”. Nu in de bevelen van de officier niet terug te vinden was dat er buitenlandse opsporingsambtenaren zouden worden ingezet bij de undercoveroperatie (aan welke inzet “betrouwbaarheidsrisico’s verbonden zijn) werd de actie door het Hof als onrechtmatig betiteld (De Hoge Raad was uiteindelijk van mening dat het allemaal wel door de beugel kon).

“Transparantie en controleerbaarheid” van undercovertrajecten in strafdossier laat vaak nogal eens te wensen over. Veelvuldig valt in strafzaken als klacht te horen dat gesprekken en gebeurtenissen verwoord in een proces-verbaal van bevindingen, weegegeven en opgesteld door de undercoveragenten in kwestie, niet conform de waarheid is. Cliënten klagen over de weergave en herkennen zich niet in het hetgeen wordt weergegeven. Deze klachten raken de “verbaliseringsplicht” die voor de beoordeling van een undercovertraject juist cruciaal is. De wetgever heeft niet voor niets bepaald (artt. 152 en 126 aa Sv) dat opsporingsambtenaren ten spoedigste proces-verbaal opmaken van verrichte opsporingshandelingen en van !3 bevindingen die ze daarbij hebben gedaan en dat deze processen-verbaal aan de processtukken worden gevoegd.

In een moord-zaak die momenteel onder de rechter is heeft men mijn cliënt een zeer luxe leven voorgespiegeld. Dure auto’s mooie villa’s en veel geld waren onderdeel van het undercovertraject. Op alle mogelijke manieren werd cliënt ingepakt met als enige doel hem in een ontspannen sfeer te doen laten verklaren.

De Rechtbank te Breda heeft nu op mijn verzoek geoordeeld dat alle bij het undercovertraject betrokken opsporingsambtenaren ter zitting gehoord dienen te worden ter controle van de juistheid en betrouwbaarheid van het traject. Voor deze gelegenheid wordt de zitting verplaatst naar de Bunker te Amsterdam zodat verbalisanten , al dan niet onder vermomming, in alle rust kunnen verklaren. Tijdens deze verhoren zal moeten blijken hoe open en transparant, en dus hoe toetsbaar, de verbalisanten zijn en hoe betrouwbaar hun verslaglegging al dan niet is.

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.
Wordt vervolgd.....


april 2015
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Vrijspraak voor liquidatie poging

Verdacht van een liquidatie poging uitgevoerd met een AK47 , ook wel vernoemd naar zijn beroemde ontwerper “Kalasjnikov” , zat mijn cliënt maanden in voorarrest. Een van de redenen was dat hij tijdens een afgeluisterd OVC gesprek in de bezoekzaal van de PI tegen zijn zoon zou hebben gezegd; “ …een half uur hebben we staan schieten…”. Keer op keer werd deze zin in raadkamer door de officier van justitie naar voren gebracht, en gepresenteerd als een “heldere bekennend verklaring” .

“We” hebben staan schieten duidt inderdaad op betrokkenheid. Maar geconfronteerd met deze zinsnede in het dossier steigert cliënt en deelt mij mede dat hij dat onmogelijk gezegd kan hebben. Ik heb enkel tegenover mijn zoon kenbaar gemaakt waarvan ik wordt verdacht….niets meer. Hij dringt aan op het beluisteren van de ovc-gesprekken, daaruit zou zijn moeten blijken in welke context hij wat gezegd heeft.

Na herhaald aandringen bij de officier van justitie ontvang ik na lang wachten het betreffende gesprek op dvd. Wat blijkt ? Het woordje “we” komt in het hele gesprek niet voor. Te horen valt; ….” …een half uur op elkaar lopen schieten…” . Toch een cruciaal verschil ! Van directe betrokkenheid door het woordje “we” is het gesprek meer een algemene weergave van wat er volgens omstanders en getuigen die is dag is gebeurd.

Misleid.
Verdediging en Rechtbank zijn simpelweg misleid. Cliënt heeft inderdaad slechts aan zijn zoon passages uit het dossier voorgehouden. Gewapend met een oude laptop ga ik naar de zitting en speel het ovc-gesprek voor de rechtbank af. De voorzitter beaamt ….” Een half uur op elkaar lopen schieten…” te horen en dat de mededeling “we” in het gesprek niet voorkomt. Na een halfuur in raadkamer te zijn geweest oordeelt de rechtbank dat cliënt onmiddellijk in vrijheid gesteld moet worden wegens het ontbreken van ernstige bezwaren.

Ondanks deze afgang voor het OM gaat men gewoon door met de vervolging van cliënt. Op de inhoudelijke zitting wordt er 3 jaar gevangenisstraf tegen hem geëist…..ondanks het feit dat men inmiddels weet dat hij in de beschoten auto heeft gezeten. Het OM komt met een vergezochte juridische redenering. Ondanks dat duidelijk is dat hij in de beschoten BMW heeft gezeten zou hij met een andere inzittende “ nauw en volledig hebben samengewerkt” bij het “terugschieten” op de 2 auto’s die hen belaagden. Een verregaande theoretische redenering.

De rechtbank maakt er gelukkig korte metten mee en oordeelt:
“Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte en medeverdachte telkens tegenover de politie , het openbaar ministerie en de belastingdienst openheid van zaken hebben gegeven over het feit dat zij zich bezig hielden met de hennepteelt. Verdachten hebben de benodigde elektriciteit op een verantwoorde en veilige manier afgenomen en de elektriciteitsrekeningen aan de leverancier betaald”. Nu de geconstateerde kweek volledig binnen de belangrijkste doelstellingen van het door de overheid ontwikkelde gedoogbeleid viel oordeelde de rechter dat géén straf of maatregel opgelegd behoorde te worden.

En de rechtbank komt dan tot vrijspraak voor cliënt omdat: “ Het enkel als passagier aanwezig zijn in de BMW …ten tijde van het schieten….geen medeplegen oplevert…”

Deze week bereikte mij de mededeling dat de officier géén hoger beroep heeft aangetekend….zodat cliënt definitief van de zaak af is.

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.
Wordt vervolgd.


maart 2015
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Growshops de nek omgedraaid

Op 1 maart 2015 is de wet "Strafbaarstelling van handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van illegale hennepteelt" in werking getreden. Justitie hoopt met deze nieuwe wettelijke bepaling in één klap alle “toeleveranciers” van de hennepteelt weg te kunnen vagen.
Strafbaar is iedereen die; voor de hennepteelt bruikbare, stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt , verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt , aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen , ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voor handen heeft of gegevens voorhanden heeft bestemd voor bedoelde teelt.

Wist of ernstige reden om te vermoeden
Alles wat je dus maar kunt verzinnen met betrekking tot de voorbereiding van hennepteelt is nu strafbaar. Zelfs het hebben van informatie (een handleiding of instructieblaadje) bruikbaar bij de teelt valt onder de strafbepaling. Vereiste voor strafbaarheid is echter wel dat je wist of ernstige reden had om te vermoeden dat wat je voorhanden hebt bedoelt was voor de illegale hennepteelt.
Daar zal dus nog een heel juridisch gevecht om geleverd gaan worden. Kon de leverancier / verkoper weten (of moest hij ernstig vermoeden) dat het om illegale hennepteelt ging ? Valt ook de kleine huiskweker eronder of slechts de georganiseerde en grootschalige teelt ? Allemaal vragen die door de rechter beantwoord moeten gaan worden.

Invallen
Justitie gaat er inmiddels vol tegen aan. Zo heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) alle exploitatievergunningen van growshops per 1 maart 2015 doen laten vervallen en zijn er reeds meerdere invallen geweest bij locaties die als growshops betiteld konden worden.
Tijdens invallen op meerdere plekken in brabant zijn alle spullen in beslag genomen, variërend van lampen tot voeding. Attributen die ook bij ieder tuincentrum te verkrijgen zijn. Agenten vergezeld van gemeenteambtenaren lieten tijdens de invallen weten dat alles in beslag werd genomen om uiteindelijk duidelijkheid te verkrijgen omtrent de vraag wat nu wel en niet verkocht mag worden onder de nieuwe wetgeving. Een “test-case” dus.

Het zekere voor het onzekere.
Inmiddels hebben echter veel verkopers van kweekproducten het zekere voor het onzekere genomen en is men kennelijk niet bereid de “proefprocessen” af te wachten. RTV Rijnmond liet onlangs weten dat de Rotterdamse Growshops van de aardbodem verdwenen lijken te zijn. Tijdens een rondgang langs bekende adressen kwam men tot de conclusie dat vrijwel alle deuren gesloten zijn en dat de telefoon niet meer wordt beantwoord. Kennelijk heeft men in Rotterdam en omgeving tijdig maatregelen genomen en is men niet meer zichtbaar aanwezig. Ook op internet schijnt men bot te vangen en kan er niet meer besteld worden. De één heeft een bordje aan de deur gehangen “wegens verbouwing gesloten” de ander is inmiddels geheel leeg en verhuisd.

Gedoogbeleid.
Het resultaat van de nieuwe wet is dus nu reeds zichtbaar. Min of meer openlijke verkoop van kweekproducten is verleden tijd. De grote vraag is echter: wat komt er voor in de plaats ? Hoe gaat die in en verkoop in de toekomst eruit zien ? Want één ding is duidelijk: men zal blijven kweken. En daar is ook de rechtelijke macht zich bewust van. Onlangs oordeelde de rechter in Groningen nog dat een kweker die zich aan alle regels hield géén straf verdiende. De rechtbank overwoog:

“Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte en medeverdachte telkens tegenover de politie , het openbaar ministerie en de belastingdienst openheid van zaken hebben gegeven over het feit dat zij zich bezig hielden met de hennepteelt. Verdachten hebben de benodigde elektriciteit op een verantwoorde en veilige manier afgenomen en de elektriciteitsrekeningen aan de leverancier betaald”. Nu de geconstateerde kweek volledig binnen de belangrijkste doelstellingen van het door de overheid ontwikkelde gedoogbeleid viel oordeelde de rechter dat géén straf of maatregel opgelegd behoorde te worden.

Wellicht dat deze uitspraak een eerste kleine stap is richting de “legale kweek”.

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.
Wordt vervolgd.


februari 2015
Foto Mr. A.S. van der Biezen

‘Schietende agent veroordeeld’

Onlangs werd ik geconfronteerd met een cliënt die op de vlucht was geslagen voor de politie. Het ging om een Belgische jongen die, onder druk van enkele vage kennissen, een geringe hoeveelheid softdrugs had ingekocht. Bij een politiecontrole werd hem een “stopteken” gegeven, waarna hij gas gaf en er vandoor ging. Na een wilde achtervolging reed hij vervolgens een doodlopend straatje in, dat eindigde in een kleine rotonde. Hij kon niets anders dan keren.
Aangekomen bij die rotonde werd cliënt door de hem achtervolgende politieauto’s vol geramd bij het linker voorwiel van de auto, waarna cliënt stopte en zijn auto in de achteruit zette. Tijdens deze manoeuvre werd ook de achterzijde van zijn voertuig opzettelijk door de tweede politieauto met hoge snelheid zwaar geramd. Na tweemaal zwaar geraakt te zijn, was cliënt compleet in paniek. Doodsbang zette hij zijn voertuig in z’n vooruit en probeerde zo langs de hem botsende politieauto te komen.
Wat er zich vervolgens voordeed is glashelder door aanwezige videocamera’s vastgelegd. In de rechtbank werden op mijn verzoek de beelden in zijn volle omvang getoond. Uit de politieauto die het eerst op cliënt inreed stapte een jonge politieagent en trok zijn dienstwapen. Terwijl cliënt met een ruime bocht van zeker 1 meter keurig langs de agent reed (die daardoor nimmer een moment in gevaar was), werd door de agent vol het vuur op de voorbijrijdende auto geopend.
In het dossier valt dan het volgende te lezen: “Ik hoorde aan het motorgeluid dat hij gas begon te geven. Ik heb op dat moment mijn van dienstwege verstrekte vuurwapen getrokken en op de bestuurder gericht.”
Vervolgens wordt er door deze agent 4 maal gericht op het portier van de auto geschoten. De deur waar cliënt zat, het bestuurdersportier, vertoont na het incident 4 forse kogelinslagen.
Alsof dit geweld nog niet voldoende was, doet een collega er nog een schepje bovenop.
Te lezen valt: “Direct daarna hoorde ik schieten en ik was er van overtuigd dat collega X had geschoten. Toen wist ik dat het goed mis was en wilde ik de auto tot stilstand brengen. Ik heb toen tweemaal richting de linkerachterband van de Golf geschoten”.
Ook die schoten treffen doel. Ten koste van alles tracht de politie de auto van cliënt tot stoppen te krijgen. De auto wordt nog net niet compleet doorzeeft. De beelden duiden op Amerikaanse toestanden. Compleet wildwest.

Tijdens de rechtszaak tegen cliënt, die aanvankelijk werd verdacht van poging tot doodslag en later de afgezwakte vorm van poging tot zware mishandeling, werd door mij het volgende aangevoerd.

De rechtbank te Utrecht oordeelde in 2014, in een vergelijkbare zaak, waarbij niet de wegrijdende burger werd vervolgd doch de schietende agent, het volgende:
“Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank vast dat de identiteit van de aan te houden bestuurder bekend was bij de verdachte politieagent toen hij op de auto schoot. Ook is niet aannemelijk geworden dat uitstel van de aanhouding een onaanvaardbaar te achten gevaar voor de rechtsorde met zich mee zou brengen”. “ In de Ambtsinstructie van de politie is met betrekking tot dit punt opgemerkt dat het schieten op rijdende auto’s ernstig wordt ontraden. Reden hiervoor is de geringe kans op succes om het voertuig tot stilstand te brengen, naast het feit van een relatief hoog risico voor het raken van de aanwezige personen door projectielen die via het voertuig afdwalen”.

Op basis van deze uitspraak van de rechtbank Utrecht, waarbij de betrokken agent werd veroordeeld tot drievoudige poging tot doodslag (tot een taakstraf van 120 uren!), heb ik gesteld dat cliënt als gevolg van het volstrekt “onrechtmatige en disproportionele overheidsoptreden” géén straf behoort te krijgen (primair Ontslag van Rechtsvervolging / subsidiair Vrijspraak).

Uitspraak volgt.

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.
Wordt vervolgd.


oktober 2014
Foto Mr. A.S. van der Biezen

De zaak Culemborg en de Lokwoning

Culemborg - Sinds de oud en nieuw rellen (Molukse jongeren gaan op de vuist met Marokkaanse jeugd) van 2010 zijn de politie en burgemeester in Culemborg erop gebrand de Marokkaanse jongeren in hun gemeente, die overlast zouden veroorzaken, keihard aan te pakken. Ook mijn minderjarige cliënt, wiens vader op bewuste avond zwaar is mishandeld, maakte onderdeel uit van onderzoek. Alle middelen lijken geoorloofd en alle middelen worden dan ook ingezet in het strafrechtelijke onderzoek dat vervolgens medio 2011 op hen wordt gestart.

De verdenking omvat woninginbraken en diefstallen op grote schaal. De rechter-commissaris keurt vrijwel alle verzoeken tot het inzetten van verregaande opsporingsmethoden (BOB aanvragen genaamd) goed en de zaak gaat in volle omvang draaien. Opnames van alle vertrouwelijke gesprekken, in alle voertuigen. Observaties, taps en opvragen van gsm/zendmast gegevens en zelfs peilbakens. Straat coaches en wijkagenten maken de 24 uur per dag controles compleet. Maar alsof het volgen en bespioneren met de middelen die de wet biedt niet genoeg was, werd besloten in de zaak ‘Culemborg’ nog iets nieuws in te zetten.

Tijdens het bestuderen van duizenden pagina’s BOB dossier (dossier waarin alle opsporingsaanvragen en verzoeken zijn verwerkt) viel mijn oog op een op het eerste gezicht onschuldig lijkende aanvraag aan de Rechter-Commissaris voor het ‘opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel’ (art. 126l WvSv).

Lokwoning

Een aanvraag waarvan er wel honderden in de verhuisdozen zaten. Maar bij nadere bestudering bleek dat het technische hulpmiddel bedoelt was om ‘in te zetten in een lokwoning’ die midden in een woonwijk in Culemborg was geregeld. Bij nadere bestudering en doorvragen, bleek dat de politie bij de woningbouwvereniging een huis had gevorderd met als doel deze zo opvallend mogelijk in te richten met uiteraard peperduur ogende spulletjes. En dat midden in de woonwijk waar de meeste ‘subjecten’, lees minderjarige jongens, woonachtig waren…een paar deuren naast mijn cliënt.

De verdediging wilde over deze buitenwettelijke opsporingsmethode alles weten en verzocht de rechtbank in Arnhem om getuigen te mogen horen. De officier vond nader onderzoek niet noodzakelijk en kwam met een aanvullend proces verbaaltje, waarin simpelweg werd bevestigd dat men bezig was geweest met lokken’ (uitlokken ?) door het gebruik van een woning midden in de wijk van verdachten. ‘Omdat het echter niets had opgeleverd, was nader onderzoek niet relevant,’ aldus de zaakofficier. De verdediging voerde bij de rechtbank aan dat dit juist zou kunnen duiden op de onschuld van verdachten, als zijnde een ‘ontlastend element’. De rechtbank kende één getuige toe, een agent, die vervolgens kwam zeggen dat de woning er mooi uitzag. En daar was dan de kous mee afgedaan voor de rechtbank te Arnhem.

Iedere keer toetsen

Het Wetboek van Strafvordering bevat géén systematische beschrijving van opsporingsmethoden. Wie wil weten van welke opsporingsmethoden de politie zich bedient en daarbij zou afgaan op hetgeen het wetboek daarover zegt, krijgt een vertekend beeld. Veel door de politie gehanteerde opsporingsmethoden zijn dus niet bij wet geregeld. Per gehanteerde methode zal iedere keer getoetst en gewogen dienen te worden of de methode inbreuk maakt op de rechten en vrijheden van burgers, waarbij de termen ‘proportionaliteit en subsidiariteit’ een belangrijke rol spelen. Simpel gezegd dient men de vraag te beantwoorden of het gehanteerde middel, gezien de verdenking, wel acceptabel is en niet onredelijk zwaar en vergaand. Een discussie dus omtrent de vraag hoe ver de politie mag gaan in het bespioneren en bekijken van burgers en welke inbreuk op hun (privé-) leven is toegestaan.

Big Brother

Uit het dossier ‘Culemborg’ komt een beeld naar voren van Marokkaanse jongeren die in een tijdsbestek van enkele maanden ‘honderden keren’, ja u leest het goed, ‘honderden keren’, staande worden gehouden door de politie en gevraagd worden naar hun identiteitsbewijs. Vrijwel iedere dag wordt hun voertuig aangehouden en wordt er door wijkagenten gevraagd wat ze aan het doen zijn. Terwijl iedere wijkagent de betreffende jongens kent en precies weet om wie het gaat, wordt telkens weer de verplichte identificatie ‘misbruikt’ om door te vragen en om zonder wettelijke grondslag in de auto en/of kofferbak te kijken. Naast deze permanente controles, vaak zelfs uitgevoerd door ‘sjansende’ politieagentes, zoals blijkt uit de uitgehoorde vertrouwelijke gesprekken, de zogenaamde Opname Vertrouwelijke Communicatie (OVC’s), werden de jongens dus 24 uur per dag in hun auto afgeluisterd en werden ze door uiteenlopende camera’s dag en nacht bespied. Tel daarbij op een ‘Traser’ (technisch volgsysteem, ook wel peilbaken genoemd) die onder de verschillende auto’s zat en dan heeft men een complete Big Brother is watching you. Het hanteren van niet bij wet geregelde opsporingsmethodieken, aansluitend op wèl bij wet geregelde methoden, in combinatie met vrijwel continue en dagelijks ID-controles, creëert een volstrekt buiten alle proporties vallende situatie. Een totale inbreuk op iedere privacy waarvan je je moet afvragen of de wetgever dit ooit gewild en bedoeld heeft. Of is hier sprake van een ontsporend apparaat dat het motto predikt ‘het doel heiligt alle middelen’? De zaak Culemborg leent zich in mijn optiek voor een grondige discussie omtrent de vraag hoever we met opsporing willen, kunnen en mogen gaan.

Totale opsporing

Gezien deze massale en in mijn optiek disproportionele toepassing van opsporingsmiddelen is het onverklaarbaar en feitelijk onmogelijk dat de politie gedurende de opsporingsperiode (oktober 2011 tot en met mei 2013) van ruim twee jaren géén enkele keer de betreffende groep op heterdaad bij een woning inbraak heeft kunnen betrappen. Ondanks het vrijwel continue volgen van meerdere personen, het in kaart brengen van hun bewegingen met technische hulpmiddelen in combinatie met gegevens van zendmasten en peilbakens hebben de observatoren ze in ruim twee jaar nooit zien inbreken. Dat kan twee dingen betekenen: òf de politie werkt uiterst onzorgvuldig waardoor die steeds te laat is, of was, òf men had de verkeerde groep op de korrel en controleerde de verkeerde mensen. De rechtbank te Arnhem heeft het door de officier en politie als bewijs gepresenteerde (gebrekkige) materiaal voorlopig geaccepteerd en mijn cliënt veroordeeld. Na deze onterechte veroordeling volgt het hoger beroep. Het is nu aan het Gerechtshof om de bewijswaarde en betrouwbaarheid van het materiaal te toetsen, maar ook om zich te buigen over de vraag of de hier gehanteerde ‘totale opsporing’ wel past binnen de marges van proportionaliteit en subsidiariteit.

Arthur van der Biezen is strafrechtadvocaat.
Wordt vervolgd.


augustus 2014
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Geheime trajecten vormen een ondermijning van de Rechtsstaat.

Mijn laatste column sloot ik af met de woorden: "Of het openbaar ministerie dan nog met dit onbehoorlijke optreden zonder kleerscheuren wegkomt is zeer de vraag". Ik kan U nu melden dat zij daar niet mee weg is gekomen en dat het OM niet ontvankelijk is verklaard en de zaak naar de prullenbak is verwezen. Het recht op vervolging is in deze zaak verspeeld. De rechtbank Groningen (tegenwoordig Rechtbank Noord-Nederland genaamd) kwam op basis van de navolgende feiten tot deze verregaande conclusie.

Zij overwoog :

"De rechtbank spreekt……de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie uit aangezien hij heeft aangegeven niet te zullen meewerken aan het bevel van de rechtbank….om de informanten door de rechter-commissaris als getuigen te laten horen".

Het geheimhouden van de manier waarop er in Nederland wordt opgespoord en alle trucjes en handje klap die daar kennelijk mee gepaard gaan mogen ten koste van alles niet in de openbaarheid komen. De verdediging noch de rechtbank mogen weten wat er in deze concrete zaak zich heeft afgespeeld. De rechtbank is daar boos over en verwoord die woede als volgt, ik citeer:

"De rechtbank stelt vast dat het een teleurstellende gang van zaken is nu de zaak zo zal moeten eindigen".

De rechtbank wijst in haar beslissing op de mogelijkheid van het openbaar ministerie om een getuige "anoniem" te doen laten horen met de status van "bedreigde getuige". Via die weg is het dan eveneens aan de rechter om die status te toetsen en vervolgens over de anonimiteit en de veiligheid van die bedreigde getuige(n) te waken. Nadrukkelijk wijst de rechtbank op verschillende momenten in de procedure op deze mogelijkheid. De rechtbank zet als het waren de deur wagenwijd open voor een oplossing, en wijst nadrukkelijk op de consequenties als die weg niet gevolgd wordt.

Maar de officier beweegt niet en stelt keihard dat de informanten die gehoord zullen gaan worden en dat het openbaar ministerie zijn medewerking niet zal verlenen aan het horen van de informanten.

De rechtbank oordeelt teleurgesteld maar consequent:

"Het is ronduit teleurstellend dat het openbaar ministerie die weg niet wil bewandelen. Het is teleurstellend dat de officier van justitie de beslissing van de rechtbank begrijpt en respecteert , maar niet zal meewerken aan het gegeven bevel. Ook zijn géén redenen aangevoerd waarom de bescherming die de rechtsgang van "bedreigde getuige" biedt, onvoldoende zou zijn".

Nog nooit heb ik zo’n expliciet geuitte boosheid en teleurstelling van een rechtbank gelezen. Men baalt er gewoon van dat de officier van justitie niet luistert en haar beslissingen en herhaalde handreikingen niet respecteert.

De rechtbank wil , volledig terecht, gewoon weten of de aanvang van de zaak rechtmatig is. Wat er precies aan de start van het onderzoek ligt moet volgens de rechter helder boven tafel komen. En daar blijft de rechterbank bij. Nu de officier niet meewerkt komt die duidelijkheid er niet:

"De start van het onderzoek blijft dus onduidelijk en dit raakt de totale tenlastelegging. Er was , zoals eerder overwogen een redelijk verdedigingsbelang om de start van het onderzoek nader te onderzoeken".

En daarmee eindigde een zeer omvangrijke strafzaak die tonnen cq miljoenen aan overheidsgelden gekost heeft. Gewoon omdat één officier van justitie (uiteraard na overleg met zijn meerderen) weigert de wil van de rechter te doen uitvoeren.

De vraag blijft: wat zit daar nu achter ? Waarom offert men , willens en wetens, zo’n omvangrijke zaak op ?

Je kunt alleen maar theoretiseren. Misschien bestond er helemaal géén "anonieme tip" (CIE informatie) en heeft men simpelweg een "oud onderzoeksdossier" uit de kast gehaald en liegt men keihard over de start van het onderzoek. Bij zo’n start heb je immers géén informanten die je kan doen laten horen….dat zijn dan gewoon rechercheurs.

Reeds in 1996 blijkt tijdens de parlementaire "Enquete Opsporingsmethoden" (beter bekend onder de naam Commissie van Traa) dat CIE trajecten als start van strafrechtelijk onderzoek veelvuldig misbruikt worden om zodoende op oneigenlijke gronden (lees onrechtmatige) te kunnen gaan tappen , observeren etc...... . Toen al constateerde de commissie van Traa dat politiefunctionarissen stonden ingeschreven als "informant".

Te lezen valt in het Eindrapport van de Commissie op blz 430:

"Politiefunctionarissen zijn in verschillende regio’s ingeschreven als informant. De commissie acht dat onwenselijk".



In het rapport valt op diezelfde pagina het volgende te lezen:

" De cultuur van geheimhouding is naar het oordeel van de commissie te overheersend. Aan informanten kan géén absolute garantie van anonimiteit gegeven worden. De rechter , eventueel de rechter-commissaris , dient ook het werk van informanten te kunnen toetsen. Alle relevante informatie ten behoeve van de opsporing dient in processen-verbaal te worden vastgelegd. De commissie meent dat in de afgelopen jaren de balans is doorgeslagen naar het beschermen van informanten ten koste van de rechtsstatelijke eisen van openbaarheid en verantwoording. Daarbij heeft zich de paradox voorgedaan dat naarmate de effectiviteit en het belang van de informant voor de politie toeneemt, het moeilijker wordt de informatie daadwerkelijk te gebruiken en te verantwoorden".

In de rechtspraktijk en de wetgeving ná "Van Traa", blijkt dat men in de bijna 20 jaren die verstreken zijn vrijwel niets ten goede is veranderd. Dat kan en mag je concluderen uit de door mij beschreven zaak.

In enkele (CIE-) processen-verbaal worden verdachtmakingen geuit richting cliënten…en als je dan iets wilt toetsen , is helder wilt krijgen …komt er géén enkele openbaarheid , géén transparantie……..zelfs niet als de rechters dat eisen.

Rechtsstatelijke eisen van openbaarheid en verantwoording worden simpelweg genegeerd en met voeten getreden.

Dan moet men zich de vraag stellen: hoe is het in andere zaken ? Hoe gaat het in zaken waar het toevallig niet boven tafel komt ? Waar de advocaat niet de juiste vragen stelt en niet om nader onderzoek vraagt ? En in zaken waarin de strafrechter nader onderzoek niet wenselijk of noodzakelijk acht ?

Het laat zich raden.

Door Arthur van der Biezen.


juni 2014
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Officier van justitie beïnvloed cruciale getuige

In mijn praktijk kom ik de laatste jaren meer en meer strafzaken tegen waarin de opsporende instanties, met name het OM , het niet zo nauw nemen met wet en regelgeving. Door toedoen van met name het hoogste rechtscollege in ons land , de Hoge Raad, zijn de sancties op onbehoorlijk gedrag van politie en justitie vrijwel geheel uitgekleed dan wel verdwenen. Zo werd een officier van justitie vroeger nog wel eens niet ontvankelijk verklaard bijvoorbeeld als een zaak 4 of 5 jaren op de plank had gelegen en de redelijke termijn ernstig was overschreden, nu krijgt men in een dergelijk geval 1 maand strafkorting bij een uitspraak van 10 jaar.

De Hoge Raad ziet tegenwoordig vrijwel ieder onbehoorlijk gedrag van opsporings- ambtenaren en officieren door de vingers met de redenering dat verdachten niet hoeven te profiteren van fouten van anderen. Het resultaat daarvan zien we echter in de hedendaagse strafpraktijk, meer en meer gevallen van onbehoorlijk handelen. Omdat bestraffing en correctie uitblijft komt meer en meer grensoverschrijdend gedrag aan het licht, van instanties waarvan nou juist verwacht mag worden dat ze zich aan de wet houden.

Getuige beïnvloed

Waren het in mijn vorige column opsporingsambtenaren die in een omvangrijk moordonderzoek (de beruchte Villamoord) getuigen en verdachten onderdruk zetten door de mededeling dat ze "vingers zouden afknippen" als de waarheid niet werd verteld, nu is het een officier die de wet aan zijn laars lap.

Wat is het geval?
In een omvangrijke fraudezaak (antibiotica verkocht als diergeneesmiddelen) heeft een officier van justitie het gepresteerd een van de belangrijkste getuige in de zaak, de CIE-Chef, direct te beïnvloeden. Door krachtig doorvragen en ruimte die de rechter-commissaris aan de verdediging bood kwam de onrechtmatige beïnvloeding aan het licht.

De rechtbank Groningen oordeelde op 27 januari 2014 als volgt:

" De rechtbank stelt vast dat de officier heeft geprobeerd een getuige te beïnvloeden . Er is daarmee sprake van een vormverzuim. De rechtbank twijfelt echter of dit een onherstelbaar vormverzuim is".

Ondanks de heldere constatering van de rechtbank dat de zaaksofficier heeft geprobeerd een cruciale getuige (de Chef van de Criminele Inlichtingen Eenheid) te beïnvloeden, gaat de zaak gewoon door. Het felle pleidooi van de verdediging om het OM niet ontvankelijk te verklaren omdat dit toch echt niet kan , werd niet gehonoreerd. Hoe helder en hoe onbehoorlijk wil je het hebben ? Als zelfs aan zo’n (onrechtmatige) actie van een wetsdienaar géén consequenties verbonden worden moet je je toch echt zorgen gaan maken over de rechtsstaat.

Zoethoudertje

De rechtbank vond het echter niet zo’n groot probleem en oordeelde:

" Van een zodanige fundamentele inbreuk dat daardoor het wettelijk systeem in de kern wordt geraakt en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard is naar het oordeel van de rechtbank evenmin sprake".

Het betrof hier niet zomaar een getuige maar een cruciale: de chef van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) die vragen van de verdediging diende te beantwoorden omtrent de al dan niet rechtmatigheid van de start van het onderzoek. De zaak mag van de rechtbank gewoon door gaan en de officier (die zich inmiddels wijselijk laat vervangen) mag onze klanten blijven vervolgen. Als zoethoudertje heeft de verdediging wel het volgende voor elkaar gekregen, de rechtbank besliste:

" De rechter-commissaris moet in elk geval de informant(en) die is (zijn) bedoeld in de 3 CIE-verbalen die zich in het dossier bevinden horen. Als deze informant(en) naar de mening van de officier van justitie afgeschermd moet(en) worden, ligt het op de weg van de officier van justitie een gemotiveerde vordering hiertoe bij de rechter-commissaris te doen. De rechter-commissaris beslist vervolgens".

Onbehoorlijk gedrag

Op zich een opmerkelijke beslissing. Vrijwel nooit krijgt immers een advocaat het voor elkaar om informanten te mogen horen als getuige.
Of het echter ooit tot een dergelijk verhoor in deze zaak gaat komen is nog maar zeer de vraag.
Hetzelfde openbaar ministerie dat eerst getracht heeft een doorslaggevende (chef-cie) getuige te beïnvloeden heeft op 8 april jl aan de rechter-commissaris het volgende laten weten.

" Gelet op deze veiligheidsrisico’s , het mijns inziens in casu niet aan de orde zijn van zwaarwegende belangen, de zorgplicht die ik als CIE-officier van justitie met betrekking tot afscherming van informanten in het algemeen heb en uw beslissing dat U niet zult treden in de beslissing van de rechtbank , zie ik mij genoodzaakt de beslissing tot het horen van de informanten ter heroverweging aan de rechtbank voor te leggen".

Een in de kern schandalig schrijven. Een "eerlijk proces" is in de ogen van deze Cie-officier géén zwaarwegend belang. Het onbehoorlijke gedrag van zijn collega en het door mogen gaan met vervolgen gaat hij gemakshalve volledig voorbij. De conclusie is, "wij werken aan het horen van informanten niet mee" . Hoewel de rechtbank te Groningen volstrekt helder was gaan we de beslissing toch nog eens proberen te veranderen bij diezelfde rechtbank.

We gaan het binnenkort meemaken. Op 12 juni 2014 gaat de zaak verder bij de rechtbank te Groningen.

Of het openbaar ministerie dan nog met dit onbehoorlijke optreden zonder kleerscheuren wegkomt is zeer de vraag.

We gaan het meemaken !

Wordt vervolgd...


april 2014
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Anders hak ik je vingers af: Politiedwang in de praktijk

Binnenkort zal door mij in de zaak van de "Arnhemse Villamoord" een herzieningsverzoek bij de Hoge Raad der Nederlanden worden ingediend in verband met een omvangrijke gerechtelijke dwaling.

Na een wetenschappelijke analyse van de zaak verricht door de faculteit Rechtspsychologie van Universiteit te Maastricht werd de volgende conclusie getrokken:

"Er zijn voor deze moord negen mannen veroordeeld. Het bewijs tegen deze verdachten bestaat uitsluitend uit bekentenissen".

Deze bekentenissen blijken nu in de visie van de onderzoekers , die alle verhoren op video hebben bekeken en bestudeerd, vals te zijn en voornamelijk voort te vloeien uit ongeoorloofde druk en sturing.

Zij stellen dan ook dat er, naast de valse bekentenissen: "...geen enkele serieuze aanwijzing is dat deze onherroepelijk veroordeelde verdachten iets met de moord te maken hebben".

Uit de analyse van de 160 videobanden met verdachten verhoren komt een onthutsend beeld naar voren over de verregaande intimiderende wijze van verhoren.

Een voorbeeldje: "Je liegt , je liegt, je liegt, en waarom lieg je ? Misschien wel omdat jij wel de moordenaar bent".

Maar het ging er echter tijdens de verhoren nog veel erger aan toe: Verdachte:"Ja, ik ben niet binnen geweest. Verhoorder:"Ja ? Stel ! Stel ! Dat zeg je ! Je bent niet binnen geweest ! Ja ! Oh ja, is dat waar ? ................Je zit nog te draaien ! Dat moet je niet doen! Want alleen wij kunnen bewijzen of jij binnen bent geweest of niet ! Wij kunnen bewijzen of jij twintig jaar gevangenisstraf moet hebben , of twee jaar !"

En een stukje verder in datzelfde verhoor valt te lezen: Verhoorder:"Want het is duidelijk dat je er dus bij bent geweest , dat is100 % duidelijk ! Wil je dan dat wij aantonen , ja, wil je dan graag dat wij aantonen dat jij niet de moordenaar bent of niet ?"

Verdachte:"Ja, ik ben geen moordenaar !. Verhoorder:"Oh, en hoe moet ik dat bewijzen ? En je zit nog te liegen !"

Zo gaat het er dus in onze "nette rechtstaat" aan toe in de beslotenheid van het verhoorkamertje. Tot aan het hoogste rechtelijke college heeft men dit goed gevonden.

Ook wordt buiten beeld geregistreerd dat aan mijn client wordt medegedeeld: "Als we al die onzin van jou op gaan typen wordt het echt helemaal een zooitje".

Tijdens verschillende verhoren wordt er in deze zaak zelfs gedreigd met fysiek geweld (waarbij van belang is dat meerdere verdachten zijn geboren in Turkije en zich bewust zijn van mensenrecht schendingen tijdens politieverhoren).

In cassatie wordt aangevoerd dat tegen verdachte Omer tijdens de verhoren door verbalisant Ad werd gezegd "dat als hij de waarheid niet zou vertellen, zijn baard er af zou worden getrokken en er zo voor gezorgd zou worden dat hij dan in de compositietekening zou passen".

In een ander verhoor werd aan een verdachte gevraagd of ze bij elke door hem (lees: verbalisanten) geconstateerde leugen " een vinger mochten afknippen".

Het Gerechtshof te Arnhem overweegt in haar arrest op dit punt (het afknippen van vingers) in haar uitspraak van 12 december 2000 het volgende:

"Het Hof heeft waargenomen dat het verzoek om medische hulp niet (direct) is gehonoreerd en dat verdachten langdurig zijn verhoord. Voorts is op een bepaald moment door een verbalisant aan een verdachte gevraagd of men bij elke leugen een vinger mocht afhakken".

De conclusie van het Hof (op deze ronduit schokkende constatering) is dan als volgt: "Van de politieverhoren kan niet worden gezegd dat er een ontoelaatbare druk op verdachten uitging die hun verklaringsvrijheid op onaanvaardbare wijze heeft geschonden".

Een onbegrijpelijke conclusie van het Hof.

De voornoemde onderzoekscommissie komt dus tot een volstrekt andere conclusie en stelt dat alle negen verdachten op onbruikbaar materiaal ten onrechte veroordeeld zijn, hetgeen de grootste gerechtelijke dwaling ooit in Nederland zou zijn.


De Arnhemse villamoord, wat voorafging

Op 2 september 1998 is er een roofmoord op een 63-jarige vrouw in een villa in Arnhem. De buit was slechts een portemonnee, een paar bankpasjes en een armband. De bewoonster werd door het hoofd geschoten, en een bezoekster, Eline Visser, overleefde een schampschot. Haar getuigenis spreekt van één overvaller die ze heeft gezien. Een Duitse verdachte kreeg in Duitsland vrijspraak bij gebrek aan bewijs. Voor de roofmoord werden negen Nederlandse mannen, meest van Turkse afkomst, veroordeeld tot gevangenisstraf (5 tot 12 jaar); acht mannen zaten hun straf uit, terwijl één man in zijn cel zelfmoord pleegde. Hij liet een brie#e achter dat hij onschuldig was. Hun veroordeling was vooral gebaseerd op de bekentenissen van één persoon, die is veroordeeld tot 5 jaar en die niet in hoger beroep ging. De politieverhoren zijn bijna integraal opgenomen op 160 videobanden. Er was nauwelijks technisch bewijs, zo is het moordwapen nooit gevonden.



Wordt vervolgd...

Arthur van der Biezen, strafrechtadvocaat


november 2013
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Kort geding tegen de Staat.

Naar aanleiding van de oproep om steun voor een kort geding tegen de Staat in verband met de verregaande "versoberingen" en bezuinigingen op het gevangeniswezen heb ik tientallen positieve reacties binnen gekregen. Niet alleen gedetineerden maar ook personeel van verschillende PI's steunen het plan. Inmiddels heeft ook het belangrijkste advies orgaan van de overheid de Raad van State de plannen van Teeven als onvoldoende onderbouwd en zelfs als schadelijk betiteld. In de pers viel te lezen:

De Raad van State ziet het plan van het kabinet om gevangenen met een enkelband naar huis te sturen niet zitten. Het is slecht onderbouwd en mogelijk gevaarlijk, zo staat in een nog niet geopenbaard advies dat in handen is van De Telegraaf. Door een gebrek aan begeleiding zouden criminelen weer op het slechte pad kunnen raken.

Ook geeft de Raad van State aan dat de versoberingen kennelijk enkel en alleen zijn ingegeven door "bezuinigingsdrift" en dat de door Teeven gestelde bezuinigings- doelstellingen niet gehaald zullen worden door stijgende kosten (zoals uitkeringen etc) verbonden aan het plan. Kosten waarmee Teeven in zijn berekeningen geen rekening heeft gehouden.

Grootste punt van kritiek blijft echter dat naar alle waarschijnlijkheid de bezuinigingen een aanzienlijke verzwaring van de detentie zullen inhouden omdat programma's worden afgeschaft en slechts weinigen zullen kunnen profiteren van de eerdere vrijlating met een enkelband. Alle "voordeeltjes" die nu standaard zijn zullen in de toekomst verdiend moeten worden, maar worden grotendeels gewoon afgeschaft om zodoende geld te besparen.

Steun voor de juridische onderbouwing van een kort geding tegen de Staat is inmiddels ook gekomen uit onverwachte hoek. Onlangs is Spanje veroordeeld wegens het handelen in strijd met de mensenrechten door onrechtmatig te handelen jegens een ETA gevangene.

Spanje had , na het veroordelend vonnis, nieuwe wetgeving ingevoerd die voor de betreffende gedetineerde zeer nadelig waren en die ervoor zorgde dat de executie van zijn straf met jaren verlengd werd. Omtrent deze Europese Hof uitspraak viel het volgende te lezen:

Zij had in 2008 vervroegd vrij kunnen komen, maar de Spaanse justitie verlengde haar hechtenis en die van andere ETA-gevangenen op grond van nieuwe wetten. Het Europees hof oordeelt nu dat Spanje dit niet had mogen doen omdat er bij de strafverlenging een wet is toegepast die nog niet gold toen de vrouw werd veroordeeld.

Deze uitspraak geeft aan dat "nieuwe wetten" ingevoerd na een veroordelend vonnis...in sommige gevallen evident in strijd met de mensenrechten kunnen zijn en dus onrechtmatig tegenover een individuele gedetineerde. Met deze uitspraak is een kort geding geenszins kansloos.

Het plan van Teeven is inmiddels naar de tweede kamer gestuurd om beoordeeld te worden. De vele negatieve adviezen en rapporten zullen de oppositie niet ontgaan zijn zodat te hopen valt dat het plan van Teeven aangepast of geheel verworpen zal gaan worden.

Wordt vervolgd... Reacties naar kortgeding@bajes.nl

Arthur van der Biezen, strafrechtadvocaat


augustus 2013
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Moord ............of speculatie ?

Nadat gedurende een periode van 5 jaren alle telefoons van client waren afgetapt, peilbakens waren ingezet werd uiteindelijk op hem een miljoenen kostende "undercover-operatie" gestart.

Via een nep uitzendbureau kon hij in de haven van Londen beveiligingswerk gaan doen waarbij hij in de haven moest duiken en zoeken naar verborgen goederen onder schepen.
Er werd door zijn "werkgever" een vertrouwensband opgebouwd waarbij men bij hem thuis kwam en zoveel als mogelijk zich in zijn prive leven mengde.
Na al deze moeite werd client opgepakt op verdenking van moord op zijn zwangere ex-vriendin.
Zelfs tijdens zijn detentie.....al in de politiecel...werd een "undercover agent", zogenaamd opgepakt op verdenking van gewapende overvallen, naast hem gezet....in het kader van de stelselmatige informatie inwinning.
In mijn gehele carriere van inmiddels 25 jaren advocatuur heb ik nog nooit zo'n enorme justitie inzet gezien op 1 individu.
Alles had men in deze zaak uit de kast gehaald....werkelijk alles.
Op 3 miniscule bloedspatjes na en een verklaring van een "verwarde" mede gedetineerde waartegen client iets gezegd zou hebben zat er niets belastends in het dossier.
De Rechtbank was van mening dat " het van de officier van justitie ontoelaatbaar speculatief was om op basis van 3 relatief geringe bloedsporen , waarvan de ouderdom niet is komen vast te staan, en waaruit geen duidelijke toedracht van de gebeurtenissen was af te leiden, te concluderen tot enig handelen of nalaten van verdachte, met als gevolg het veroorzaken van pijn , letsel of overlijden en vervolgens verbergen van het lichaam en een ongeboren tweeling".

Omtrent de extreem zware en lange opsporingsmiddelen die jegens client waren ingezet oordeelde de rechtbank als volgt:
" Geconstateerd kan worden dat nu de verklaringen van getuige X., na het aantreffen van de bloedsporen , geen nieuw bewijs-materiaal jegens verdachte opleverde , doorrechercheren toen niet meer gerechtvaardigd was. De rechtbank oordeelt dan ook dat het OM , na afweging van alle betrokken belangen , in redelijkheid niet - want disproportioneel - tot (verdere) toepassing jegens client had kunnen en mogen besluiten".
Resultaat van de gevoerde verweren en de voornoemde overwegingen van de rechtbank was dat mijn client , na jaren van onderzoek, werd vrijgesproken van meervoudige moord.

Arthur van der Biezen, strafrechtadvocaat


juni 2013
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Witwassen, de nieuwe vervolgings-’hype’

Er gaat bijna geen week meer voorbij of er zijn wel clienten die met justitie in verband met een witwas verdenking zich tot ons kantoor wenden. Vrijwel alles wordt vandaag de dag door justitie als "witwassen" gekwalificeerd.

Een dure auto....witwasverdenking en direct inbeslagname een stapel contant geld.....directe aanhouding en witwasverdenking. De voorbeelden zijn legio. Inmiddels hebben wij binnen het kantoor een echt specialisme opgebouwd voor dit soort zaken. Alles wijst immers op een verschuiving van politie en justitie van het grond-of strafrechtelijk in de ‘picture’ loopt. De strafbare feiten waarmee het geld verdiend zou zijn hoeven dan slechts ‘aannemelijk’ gemaakt te worden waar- door het bewijs een stuk makkelijker wordt voor het OM. Recentelijk had ik een zaak waarbij op de bankrekening van client een omvangrijk bedrag was gestort. Tijdens het pinnen werd client gewaar dat er op zijn rekening een vermogen was bijgeschreven. In verband met schuldeisers besloot hij direct om een groot bedrag te pinnen en de rest kontant te gaan opnemen bij zijn bank. Tijdens het gesprek met de bankmedewerker aan de balie kreeg deze het ‘ver- moeden’ dat het geld niet van client kon zijn. Direct werd de recherche verwittigd en werd de rekening geblokkeerd. Twee jaar na dit voorval moest client voor de rechter verschijnen wegens verdenking van witwassen. Tijdens het horen van client deelde deze de rechtbank mede dat hij tijdens het pinnen dacht dat hij wellicht een terugstorting van de belastingdienst had ontvangen, een terugstorting waarover al een tijdje een discussie was. Op de vraag of hij niet kon vermoeden dat het geld van misdrijf afkomstig was (zoals later bleek) gaf hij als antwoord dat tijdens pinnen niet zichtbaar is waar de betreffende storting betrekking op had. Nu een ‘redelijkerwijs moeten vermoeden’ niet bewezen kon worden werd client vrijgesproken ! Waaruit toch maar weer blijkt dat hoe meer het openbaar ministerie de grenzen ook opzoekt van de ‘witwasbepalingen’ er uiteindelijk toch enige connectie zal moeten blijken met het ‘eigenlijke strafbare feit’ (gronddelict) waar het geld uit voortgevloeid zou zijn. Het steeds ruimer toepassen van genoemde wettelijke bepalingen blijft echter een zorgelijke ontwikkeling omdat men steeds meer ‘oneigenlijk gebruik’ maakt van deze bepalingen.....puur om te ‘plukken’ en te ‘ontmoe- digen’ op basis van vrijwel niks.

Arthur van der Biezen, strafrechtadvocaat


april 2013
Foto Mr. A.S. van der Biezen

Verkrachting? Nee, vrijspraak

Eindelijk gerechtigheid. Na 6 jaar procederen en jaren van inactiviteit wordt mijn client vrijgesproken wegens een verkrachting uit januari 2007.

Hoewel er tussen het instellen van het appel en de uitspraak van het Hof ruim vier jaar is verstreken en het Hof concludeert dat de “redelijke termijn” is overschreden verbindt zij daar geen enkele concrete consequentie aan, anders dan de overweging dat er bij de eventuele straf rekening mee gehouden zal worden. Schandalig.....

Zover komt het gelukkig niet ! Na 7 jaren ontkennen krijgt client eindelijk duidelijkheid. Na een keiharde veroordeling door de rechtbank te Arnhem op 8 oktober 2008 over- weegt het Gerechtshof: ‘Op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter zit- ting is het Hof van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat spra- ke is geweest van geweld....of dreiging met geweld’ ‘Hoewel aangeefster uitvoerige (maar wisselende) verklaringen heeft afgelegd en heeft verklaard dat ze met geweld verkracht is....ontbreekt er steunbewijs’ Met ander woorden....de verklaringen van de dame in kwestie zijn niet voldoende voor een veroordeling. In deze zaak was er echter meer...... verklaringen van vriendinnen en familieleden. Het Hof concludeert dat nu deze getuigen ‘zelf niets hebben gezien of waargenomen’ en zij allen hun informatie van aangeefster hebben (ge- hoord)... er onvoldoende bewijs is. In gewoon Nederlands: ‘Het enkele verhaal van de vrouw is onvol- doende !’ Een juiste uitspraak waar veel rechters nog wat van kunnen leren. In veel zedenzaken gaat het echter nog steeds anders...daar wordt veel waar- de aan de enkele verklaring van aangeefster gehecht die vervolgens als enige ‘bron’ zelf haar steunbewijs creeert door simpelweg met anderen te praten. In deze zaak gaan we echter voor de schadevergoeding nu client vele jaren in onzekerheid heeft geleefd en met de nek door een ieder werd aange- keken....na 7 jaren eindelijk dan een paar centen als genoegdoening voor al het leed van een valse aangifte.

Klachten over de bajes? Meld ze via klacht@bajes.nl of bel 0800-1001

Arthur van der Biezen, strafrechtadvocaat


februari 2013
Foto Mr. A.S. van der Biezen

DNA, menselijk afval of bewijs?

Op 10 september 2011 kopt de Telegraaf ‘Honderden fouten bij dna-onder- zoek’ Te lezen valt dat de afgelopen 14 jaar tijdens en na DNA-onderzoek vele honder- den fouten zijn gemaakt van onbenullige tot zeer ernstige. ‘Een schrikwekkend hoog aantal: aldus rechtspsycholoog Peter van Koppen die dan ook pleit voor een diepgravend onderzoek naar forensische missers in ons land. Het zal U niet verbazen dat dat onderzoek er nooit gekomen is en dat het er wellicht ook nooit van zal komen. De onrust omtrent de ‘enorme hoe- veelheid missers en afwijkingen’ is inmiddels weggeebt en het NFI haastte zich om te roepen dat alle fouten tijdig waren ontdekt en dat al die ‘honder- den’ missers en afwijkingen geen enkele nadelige invloed op enige strafzaak hadden gehad. Daar moeten U en ik (en mijn clienten) het dan maar mee doen.

Of niet ? Neen ! het NFI is inmiddels niet meer zaligmakend, langzaam en op kleine schaal komen er ‘onafhankelijke’ instituten die zelfstandig DNA onderzoek kunnen doen en (nog belangrijker) het gedane DNA onderzoek (ea technisch onderzoek) kunnen controleren. Inmiddels heeft de wetgever iets meer ruimte gecreeerd voor de verdediging om ook ‘tegenonderzoek’ te vragen. Een absoluut recht is het niet en financieel is er ook vrijwel niets geregeld. Toch moet de advocaat, in zaken waar het DNA de doorslag geeft (of andere technische onderzoeksresultaten) , in een vroeg stadium ‘tegenonder- zoek’ vragen omdat, zoals blijkt, het NFI niet (meer) zaligmakend is en niet uitgesloten kan worden dat er (ernstige) fouten zijn gemaakt.....die cruciaal kunnen zijn in Uw strafzaak ! Twijfelt U aan de onderzoeksresultaten die justitie als hard bewijs presenteert eis een ‘tegenonderzoek’ en laat het tot de bodem uitzoeken ! De verdachte heeft in ons procesrecht al zo weinig mogelijkheden het dossier vorm te geven en fouten daarin te herstellen...laat dan niet de schaarse mogelijkheden die de wet biedt voor tegenonderzoek / contra-ex- pertise liggen door ze niet te gebruiken !

Vragen over tegenonderzoeken ? Bel ons.

Arthur van der Biezen, strafrechtadvocaat


december 2012
Foto Mr. A.S. van der Biezen

De GSM als opsporingsmiddel

Sinds jaren is bekend dat de politie gebruik maakt van GSM gegevens om aan te tonen dat een bepaald persoon op enig moment op een bepaalde plaats zou zijn geweest. In verschillende dossiers wordt technische informatie gepresenteerd als stellig bewijs voor de aanwezigheid van een persoon op plaats delict van een overval of levensdelict.

Uit zendmast-gegevens , waar iedere gsm continue kontakt mee maakt , zou dan moeten blijken dat de eigenaar van het toestel op de cruciale plek aanwe- zig was ten tijde van het strafbare feit. Veel rechters hanteren deze technische gissingen van de politie als (steun-) bewijs of zelfs als doorslaggevend voor een veroordeling. Dat er echter met de technische informatie die je van zendmast gegevens kunt verkrijgen grote fouten gemaakt kunnen worden blijkt ook steeds duidelijker te worden. Zelfs deskundigen van de NFI waarschuwen inmiddels voor de risico’s van verkeerde interpretaties. Zo is het uiterste bereik van een zendmast circa 35 kilometer en is er vooral in steden en plaatsen met veel bebouwing veel overlap tussen de verschillende zendmasten. Dit soort overlap resulteert erin dat een GSM , om wat voor reden dan ook, een andere mast aanstraalt dan technisch gezien “logisch” zou zijn. Zo kan het lijken dat een toestel en daarmee een bepaalt persoon zich verplaatst of vlucht terwijl daar in werkelijkheid geen sprake van is. Tijdens een recent verhoor in een van mij zaken waarschuwde een deskun- dige van het NFI voor de veel te snelle en gemakkelijke conclusies die de politie trekt uit de verkregen zendmast gegevens. De betreffende NFI-deskundige liet zelfs weten dat hij tijdens demonstraties de politie er regelmatig van probeert te overtuigen dat er veel te vergaande conclusies worden getrokken omtrent locaties en bewegingen. Meer en meer groeit het besef bij telecom deskundigen dat speurders veel voorzichtiger moeten omgaan met zendmast gegevens en dat veelvuldig on- juiste conclusies worden getrokken. Nu zelfs het NFI waarschuwt voor onjuiste conclusies gebaseerd op zendmast gegevens valt te hopen dat ook de rechtelijke macht snel doordrongen raakt van de risico’s die kleven aan het hanteren van zendmast gegevens als bewijs.

Arthur van der Biezen, strafrechtadvocaat